is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek van het Nederlandsche strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 392 —

is gesteld, ter beschikking van de Regeering worden gesteld, kan de rechter den schuldige tevens veroordeelen tot een gevangenisstraf van ten hoogste de helft van het maximum op het misdrijf gesteld! Geldt het een misdrijf, waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan kan gevangenisstraf worden opgelegd van ten hoogste tien jaren. Deze gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd vóór den dag, waarop de voorziening van Regeeringswege in de opvoeding van den schuldige onvoorwaardelijk eindigt. De bedoeling van deze bepaling is deze, dat hij, die zich aan een misdrijf heeft schuldig gemaakt, en te wiens aanzien de opvoeding heeft gefaald, na het beëindigen van deze opvoeding, niet los worde gelaten. Na meerderjarig geworden te zijn, moet deze schuldige dus alsnog een gevangenisstraf ondergaan, die hem op jeugdigen leeftijd is opgelegd.

Deze straf zal dus kunnen ingaan vooreerst, zoodra door het bereiken van den een en twintigjarigen leeftijd de dwangopvoeding automatisch eindigt.

Vervolgens zal dit kunnen geschieden, als de Regeering gebruik maakt van haar door art. 18 der wet van 12 Februari 1901, Stbl. 64 gegeven bevoegdheid om ten allen tijde te beschikken, dat de dwangopvoeding voorwaardelijk of onvoorwaardelijk eindigt, zoo zakelijke of persoonlijke omstandigheden haar1) daartoe aanleiding geven. Evenwel kan de tenuitvoerlegging dezer gevangenisstraf volgens art. 39 ter, lid 1 Sr. worden opgeschort door besluit van den Minister van Justitie. Dit besluit kan door den Minister van Justitie worden herroepen en wel ten allen tijde, als de veroordeelde zich slecht gedraagt of in strijd handelt met de in zijnen verlofpas uitgedrukte voorwaarden (art. 39 quater, lid 2). Deze gevangenisstraf wordt geacht te zijn ondergaan door het verloop van haren duur sedert den dag van het besluit tot opschorting van de tenuitvoerlegging en in elk geval op den dag waarop de veroordeelde den leeftijd van vijf en twintig jaren heeft bereikt, tenzij' inmiddels dat besluit is herroepen (art. 39 quater, lid 3). De nadere voorschriften omtrent een en ander geven art. quinquies, sexies f art. 15b en 16 Sr. en het K. B. van 15 Juni 1905, Stbl. 208.

7. Een vierde maatregel is de verbeurdverklaring overeenkomstig art. 33, laatste lid, Sr. en art. 33bis Sr.. In het eerste geval wordt ze

i) Volgens art. 20 dezer wet geschiedt zulks van wege den Minister van Justitie.