is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek van het Nederlandsche strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 426 —

lade genomen) maar evenzeer, als dit verwerkelijkt is ten aanzien van meerdere objecten (twee personen zijn gedood, twee menschen beleedigd, twee guldens uit de lade genomen, alles verricht door één handeling). Ook in het laatste geval is er slechts één casus (één geval), één delict en dus ook maar één strafvordering. Ongetwijfeld is hier quantitatief verschil in de rechtsfeitsverwerkelijking (eenerzijds één mensch, één zilverbon — anderzijds twee menschen, twee guldens). Er is een intensievere rechtsfeitsverwerkelijking (Beling spreekt van „verstarkte Tatbestandsmassigkeit"); maar dit beïnvloedt niet de constructie van het concrete geval, doch is van belang voor de straftoemeting.

De heerschende leer ten onzent is geneigd, in geval hetzelfde rechtsfeit ten aanzien van meer dan één object is verwerkelijkt, art. 55 (of 56) analogice toe te passen. Aldus b.v. Simons en van Hamel. Op deze wijze komt men ook tot het resultaat, dat de strafbepaling slechts eenmaal mag worden toegepast Maar toch is deze constructie o. i. onhoudbaar. Want er is, zooals reeds is opgemerkt, slechts één strafbepaling toepasselijk; er is slechts één delict gepleegd. Art. 55, lid 1 Sr. daarentegen onderstelt den eigenlijken concursus idealis, d. w. z. den ongelijksoortigen, eendaadschen samenloop, waarbij we, zooals we gezien hebben, te doen hebben met één handeling, die aan meerdere wettelijke omschrijvingen beantwoordt. Hier kan dus o. i. van analogie geen sprake zijn, stel dat analogie overigens toelaatbaar is. Het geldt hier een feit, dat aan meerdere objecten is verwerkelijkt; deze laatste omstandigheid is hier echter zonder belang.

8. Van den door de wet behandelden concursus idealis (of „eigenlijken" d. i. ongelijksoortigen eendaadschen samenloop, concursus idealis heterogenius) en van den door de wet niet met zoovele woorden behandelden gelijksoortigen (of oneigenlijken) eendaadschen samenloop (concursus idealis homogenius), is voorts te onderscheiden het geval, dat een en dezelfde handeling onder meer dan één strafbepaling zou kunnen vallen, terwijl toch maar één strafbepaling in aanmerking komt. Men spreekt dan wel van GesetzesKonkurrenz. Terecht is er op gewezen1), dat deze uitdrukking niet juist is, omdat in deze gevallen slechts één der betrokken bepalingen wordt toegepast en deze de andere uitsluit. Er is hier slechts schijnbaar een concursus van strafbepalingen; de eene strafbepaling is tegenover de andere subsidiair. Tweeërlei is denkbaar.

i) Zoo door Simons, t. a. p., dl. I, blz. 395.