is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek van het Nederlandsche strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 512 —

beschouwd als een methode, een beschrijving van massale feiten. * Meer geeft ze niet en kan ze niet geven, in het bijzonder kan ze ons geen inzicht geven in den causalen samenhang, die wordt gezocht. Het spreekt in zoover van zelf, dat ze dus aanvulling behoeft van andere methoden. Dit wordt ons duidelijker, als we nader op deze crimineele statistiek letten.

4. Uiteraard is het verzamelen van statistische gegevens geen aangelegenheid van een privaat persoon, daarvoor is het te verrichten werk veel te omvangrijk. Dit heeft in verschillende landen geleid tot de instelling van een statistiek, ook een crimineele, van Staatswege. Frankrijk ging hierin in 1826 voor, andere landen volgden1).

In Nederland bestond voor 1896 alleen dë z-g.n. gerechtelijke statistiek. Op advies van de Centrale Commissie voor de Statistiek werd ze in 1896 gereorganiseerd en in twee afzonderlijke deelen gesplitst, die als twee afzonderlijke uitgaven verschenen, n.1. de jjisj|ttëele. en de crimineele statistiek. De crimineele statistiek werd nog tot 1900 aan het departement van Justitie (en onder leiding van Loos j es) bewerkt, sedert 1900 wordt'de uitgave bewerkt door het C. B. van Statistiek.

Bovendien werd in 1899 de statistiek van het gevangeniswezen gereorganiseerd en sinds 1900 eveneens uitgegeven door het C B..

Thans zijn voor de crimineele aetiologie van belang de volgende onderdeden der gerechtelijke statistiek: de crimineele statistiek en die van het gevangeniswezen. (De justitiëele statistiek dient voor administratieve doeleinden, geeft een overzicht van de werkzaamheid der .verschillende rechterlijke colleges). De statistiek van het gevangeniswezen heeft wel voornamelijk een administratief karakter, maar bevat toch ook gegevens, die voor de crimineele aetiologie van belang zijn (b.v. krankzinnigheid en zelfmoord in de gevangenis, de economische toestand der ontslagen gevangenen, enz.).

De crimineele statistiek vermeldt, sedert 1900, (in beginsel) alleen de onherroepelijk veroordeelden: hier staan dus de personen op den voorgrond en niet de veroordeelingen (eenzelfde persoon, meermalen veroordeeld, komt dus slechts eenmaal in de statistiek van dat jaar voor). De feiten, die voor de statistische behandeling in aanmerking komen, zijn alleen die, welker berechting in eersten aanleg aan de Arrondissements Rechtbank is opgedragen; misdrijven dus benevens de overtredingen van bedelarij en landlooperii en belastingovertredingen. Daarnaast worden eenige gegevens gepubli-

*) Zie van Kan, t.a.p., blz. 374v.