is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek van het Nederlandsche strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 514 —

verschillende landen, verschil in methode van de bewerking van het statistisch materiaal1)).

6. Mits men zich wacht voor overschatting en niet van de crimineele statistiek verwacht, wat zij onmogelijk kan geven, moet toch worden erkend, dat zij ons in belangrijke mate opheldering geeft omtrent de tendenz, de fluctuactie, de frequentie der criminaliteit; causale wetmatigheden geeft ze echter niet.

Men is het er over eens, dat ze in ieder geval aanvulling behoeft van andere methoden, waarbij het individualiseerend onderzoek op den voorgrond staat, zoo het geneologisch onderzoek, dat gegevens verzamelt omtrent afkomst van den misdadiger, zoo het psychologisch experiment. Maar vooral is ten onzent gewezen op het belang van de biographische methode (bestudeering van biographen van misdadigers). Steeds is hierbij het individu in het individueele geval het uitgangspunt. Daardoor kunnen verschillende bijzonderheden aan het licht treden, die voor de statistiek uiteraard ontoegankelijk zijn. Maar ook volgt hieruit, dat de individualiseerende methoden niet zijn te hanteeren bij massale verschijnselen, b.v. de beweging en de plaatselijke verspreiding der criminaliteit. Ook kleven aan deze methode, wij denken hierbij vooral aan de biographische methode, hoe groot ook haar voordeelen zij|n, niet geringe bezwaren 2). Vooreerst de onbetrouwbaarheid der biographieën; er is te weinig waarborg, dat de persoon goed en onpartijdig is beschreven. Dan, de onvolledigheid, en het feit, dat de eene biograaf geheel andere psychische eigenschappen in het licht stelt dan de andere.

Verder is het gevaar niet denkbeeldig, dat de eene biograaf een andere terminologie bezigt dan de andere en daardoor wordt misverstaan.

Men kan deze bezwaren tot een minimum reduceeren, geheel weg te nemen zijn ze niet.

7. Van alle methoden; mits naast elkaar toegepast, elkaar aanvullend, voorbereidend of controleerend3), kan worden gezegd, dat zij wel kunnen leiden tot de ontdekking van regelmatigheden, maar niet kunnen leiden tot de erkenning van causale wetmatigheden,

*) Zie de Roos, t.a.p., blz. 6v-.

2) Zie hierover Muller, t.a.p., blz. 39, en voorts Pannenborg, Bijdrage tot de psychologie van den misdadiger, in het bijzonder van den brandstichter, diss. Groningen, 1912, blz. 5; van Dyck, Bijdragen tot de psychologie van den misdadiger, diss. Groningen, 1905, blz. 107 v.

s) Zie Muller, t.a.p., blz. 39v.