is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

gedagvaard worden, wier woonplaats bekend is, zoo heeft de eischer de keus tusschen de verschillende rechters, welke door die verschillende woonplaatsen worden aangewezen. Wanneer er twee of meer eischers zijn, dan zullen zij het natuurlijk over die keus vooraf moeten eens worden. Dit geldt ook voor die gevallen, waarin zij den gedaagde voor den rechter hunner eigen woonplaats mogen roepen, iets wat de wet vrij overtollig zegt (artt. 97 al. 5, 126 al. 5 Rv.).

In de gevallen, waarin in het algemeen de woonplaats des gedaagden beslissend is voor de aanwijzing van den rechter, die van de zaak kennis zal nemen, kan ook de door hem gekozen woonplaats in aanmerking komen en wel facultatief, ter keuze van den eischer, met de werkelijke woonplaats, artt. 81 B. W., 126 al. 16 Rv. of ook dwingend ter vervanging daarvan 1).

Echter kan het hof, als rechter van appèl attributief en distributief aangewezen in de wet R. O., tengevolge van dit gekozen domicilie, niet door den rechter daarvan worden vervangen. Daarentegen moeten de processen, welke in de en door de executie ontstaan tegen den inbeslagnemer, juist voor dien rechter worden behandeld. Zie naast het in de noot genoemd art. 439 Rv., bijv. art. 456 al. 2 Rv., verzet tegen den verkoop door derden, art. 481 Rv., strijd over de verdeeling der opbrengst enz. Voor processen tusschen de oorspronkelijke partijen omtrent de executie is (attributief en distributief) als rechter aangewezen: wanneer het een vonnis geldt van een kantonrechter, de rechtbank onder wier arrondissement het kantongerecht ressorteert (art. 435 Rv.) en anders de rechter door wien het gewezen is, tenzij het een vonnis betreft in hooger beroep, bevestigende een vonnis van den eersten rechter. Dan wordt het „door dezen ten uitvoer gelegd." De rechter in appèl wijst den rechter voor executie-

*) De bepaling van art. 126 al. 16 Rv. zou om de plaatsing, welke zij in het artikel gevonden heeft, doen denken dat zij een algemeene beteekenis had, en dat dus de rechter van het gekozen domicilie altijd bevoegd was (ook indien om andere redenen een andere rechter is aangewezen), zoodra er maar woonplaats is gekozen. Dit is echter niet zoo. Uit art. 81 B. W. volgt duidelijk, dat bet gekozen domicilie slechts beteekenis heeft als wijziging van het begrip woonplaats. Overigens kan de woonplaats ook niet steeds door de gekozen woonplaats worden vervangen, bijv. niet voor de dagvaarding in appel of cassatie, tenzij met onderling goedvinden zie echter art. 439 al. 4 en 5 Rv.