is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

131

gezeld van een afschrift of afschriften ten behoeve van den gedaagde (de gedaagden). Heeft de kantonrechter den dag bepaald zoo zendt de griffier oproeping met afschrift aan (elk der) gedaagde(n) bij dienstbrief, die als dagvaarding geldt, en dus ook bij v. nietig verklaard zal worden met weigering van verstek, indien die tot een verkeerd adres bleek gericht te zijn. Is de eisch klaarblijkehjk ongegrond of onrechtmatig dan zal echter die nietigheid met weigering van verstek niet voorkomen bij wegblijven van gedaagde, omdat in art. 125c Rv. de wetgever den kantonrechter heeft opgedragen dan alleen een dag voor de behandeling te bepalen indien hem blijkt dat het geschil betrekking heeft op een arbeidscontractgeschil en dat aan de eischen omtrent den duidelijken inhoud, opgave van namen en adressen enz., welke art. 125b stelt, voldaan is. De weigering geeft de kantonrechter bij gemotiveerde beslissing en daartegen wordt den geweigerde geen voorziening toegelaten. Uiteraard kan echter de kantonrechter (de griffier) den indiener van het verzoekschrift op de fouten wijzen en hem uitnoodigen die te verbeteren, wat de wetgever zich ook heeft voorgesteld. De dag van behandeling moet uiterlijk 14 dagen na de ontvangst van het verzoekschrift vallen (zonder dat op dit voorschrift eenige sanctie is gesteld) en de oproeping moet althans 5 dagen voor den dienenden dag geschieden. Geheel voldoende is die termijn niet immer om te waarborgen dat een aan een onjuist adres verzonden dienstbrief inmiddels als onbestelbaar is teruggekomen. Afgescheiden van de competentie-moeilijkheden die deze afzonderlijke procedure doet rijzen, is ook de inleiding met een request een groot bezwaar, zoovaak twijfel bestaan kan of men al of niet met een arbeidscontractgeschil te doen heeft. Een verkeerde keuze kan nietontvankehjkheid meebrengen, hoewel ook eenige malen waar de dagvaarding was gekozen, alléén die „noodeloos" gemaakte kosten ten laste van de eischende partij zijn gelaten.

Behalve dat krachtens materieel recht de kantonrechter in het proces soms een groote macht heeft bijv. om bedongen schadevergoedingen te wijzigen, concurrentie clausules buiten werking te stellen enz. heeft het proces niets bizonders. Het verlof om gratis te procedeeren wordt door den kantonrechter zonder meer gegeven bij aanhechting van een bewijs van onvermogen. Het appèl wordt bij dagvaarding aanhangig gemaakt, naar de jurisprudentie aanneemt .De wet zwijgt hierover.