is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144

(soms drie en een half jaar) stil hebben gezeten, x) dan heeft elk harer het recht een acte te doen uitbrengen, aan de tegenpartij of aan haar woonplaats beteekend, houdende een vordering tot den rechter gericht, om de instantie vervallen te verklaren.

Eisch van vervallenverklaring. Wij zeiden, dat de termijn is drie jaren of drie en een half jaar. De verlenging van den gewonen termijn met zes maanden heeft nl. plaats in het geval, dat het stilzitten van partijen een gevolg is geweest van de schorsing, waarover wij zoo aanstonds zullen spreken.

De vervallen-verklaring van de instantie heeft dezelfde rechtsgevolgen als het doen van afstand der instantie, met twee uitzonderingen.

De eerste is de kostenkwestie. Daar beide partijen hier het niet voortzetten van de zaak gewild hebben, draagt elke partij haar eigen kosten.

De tweede uitzondering is deze, dat, indien later de eischer het proces opnieuw aanbrengt, iets wat hij doen kan, indien althans geen ander beletsel zich voordoet (bijv. dat inmiddels een termijn van hooger beroep verstreek), zoo is hetgeen in het vroegere proces gebeurd is, niet als niet gedaan te beschouwen. In dat proces afgelegde eeden evenals gerechtelijke erkentenissen of verklaringen kunnen in het nieuwe proces worden gebruikt als waren zij in het nieuwe proces afgelegd. Ook op verklaringen van getuigen, in de vervallen instantie afgelegd, kan een beroep worden gedaan, mits deze sedert overleden zijn en de verklaringen bij behoorlijk proces-verbaal zijn opgeteekend (art. 283 Rv.). Veel beteekenis kan aan deze bepaling niet meer worden toegekend, omdat volgens de tegenwoordige opvattingen de rechter aan alle verklaringen en schrifturen van partijen en derden zooveel bewijs kan ontleenen als hem oirbaar voorkomt en er voor geen enkelen rechter reden zou kunnen zijn aan in de eerste episode afgelegde verklaringen, eeden enz. minder beteekenis toe te kennen dan aan die in de latere afgelegd.

De wet vindt het noodig, in artikel 284 Rv. uit te spreken, dat door het vervallen van de instantie in hooger beroep het

l) De vervallen verklaring heeft geen plaats indien drie jaren achtereen de zaak telkens voor een jaar is „aangehouden" daar dan door dit uitstelverzoek ter rolle een „behoorlijke procesakte door een der partijen is verricht" (art. 281 Rv.).