is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

153

een goed als onbezwaard gekocht, maar nu wil iemand, die beweert recht van eerste hypotheek daarop te hebben, krachtens onherroepehjke volmacht tot verkoop overgaan

De oorspronkelijke verkooper zal nu zijn kooper moeten „vrijen", d. w. z. voldoen aan zijn verplichting, om het goed te leveren vrij van hypotheken *). In het laatste geval zal de kooper zich tegen den verkoop van den hypotheekhouder verzetten, door dagvaarding van dezen met in-vrijwaring-roeping van zijn verkooper.

Oproeping door den eischer. Hoe loopt nu zulk een proces? Vooreerst het geval dat de eischer in vrijwaring roept. In het door ons hier als tweede voorbeeld gesteld, zou men kunnen meenen, dat de eischer beide personen naast elkaar, tegen dezelfde terechtzitting zou kunnen dagvaarden en wel hem, die krachtens beweerde, onherroepehjke volmacht als hypotheekhouder het goed wil verkoopen, en hem, van wien hij het goed als onbezwaard heeft gekocht.

Dit helpt echter niet en is ook niet altijd mogelijk. Om dit duidelijk te maken, moeten wij de beide, zich voor den eischer ontwikkelende processen wat nader beschouwen.

In de eene procedure, die tegen den eerste-hypotheekhouder, is de strekking der vordering (de conclusie der dagvaarding), dat de rechter zal verstaan, dat de voorgenomen verkoop is onrechtmatig en gedaagde zich van dien verkoop zal hebben te onthouden, met zijn veroordeeling tot vergoeding van kosten, schaden en interessen en in de kosten van

J) Een dergelijk geval is volstrekt niet onmogelijk. Men denke b.v. aan het geval, dat de hypothecaire inschrijving door een valsche akte van royement is doorgehaald. De bepaling van art. 1252 B. W. handelt van een ander geval, en daarin is het woord „vrijwaring" niet in den technischen zin gebezigd, dien wij in het volgende ontvouwen. Met „verhaal tot vrijwaring" bedoelt de wet hier verhaal in het algemeen tot vergoeding der geleden schade.

*) De woorden „waren" en „vrijen" worden door Hugo de Groot in den boven aangegeven zin gebruikt. In den loop der eeuwen is uit „vrijen en waren" het werkwoord vrijwaren ontstaan met de beteekenis van waarborgen tegen verlies, of schadeloos houden en wel in een proces. Processueele vrijwaring is echter ook dan toegelaten, wanneer eischer of gedaagde belang heeft in zijn proces bij het eindvonnis te zien uitgemaakt, dat een ander bij eventueele afwijzing zijner vordering of eventueele veroordeeling van hem, tegelijk veroordeeld worde tot eenige prestatie aan hem.

Wij komen later daarop terug.