is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

219

geheel geen zaken aan de beslissing van scheidsmannen mogen onderwerpen zonder dergelijke machtiging. Daaruit volgt, dat zij ook over die rechten, waarover zij zonder machtiging kunnen beschikken, geen compromis mogen sluiten, tenzij met machtiging, en dat daarentegen over de zaken, waarover zij geen vrije beschikking hebben, zij met machtiging wel zouden mogen compromitteeren.

Terwijl men vroeger meestal de stelling verdedigd vond, dat publiekrechtelijke lichamen, als bijv. gemeenten, geen compromis zouden mogen sluiten, heeft de H. R. den 11 Jan. 1924 N. J. 24 bl. 293 een uitspraak gedaan waaruit men wel mag afleiden dat dit college die meening niet deelt. De conclusie van het Openbaar Ministerie verdedigde uitdrukkelijk het standpunt dat de wet de gemeenten het onderwerpen van hun geschillen aan arbitrage volstrekt niet verbiedt. Sindsdien werd dit ook algemeen aangenomen en komt men herhaaldelijk arbitrages tegen waarin de overheid partij is. Voor de provincies zie art. 132, 133 Prov. wet en voor de Gemeenten thans 171 j° 228 der nieuwe Gem. wet. Een nog betwist punt is of de Gemeente een compromissoir beding (zie hierna over dit begrip uitvoeriger) kan sluiten. Nu art. 171 j° 228 h. Gem. w. mtdrukkelijk bepaald heeft dat een bestaand geschil aan de beslissing van scheidslieden kan worden onderworpen door raadsbesluit met goedkeuring voor gedeputeerde staten, wordt (in strijd met de destijds door den Minister van Binnenlandsche Zaken geuite meening) a contrario daaruit afgeleid dat de gemeente de bevoegdheid mist, al van te voren zich tot arbitrage over komende geschillen te verbinden. Ten onrechte, zouden wij meenen, nu van eenige reactie in de Kamers tegen het betoog van den minister niet blijkt, en er voor een dergelijke beperking ook geen ratio schijnt te bestaan.

Naar aanleiding van deze uitspraak, die de regeling van art. 620 e. v. niet toepasselijk verklaart op het „bindend advies", mag er uitdrukkelijk te dezer plaatse op gewezen worden, dat vele vormen van uitsluiting van een rechterlijke uitspraak over geschillen voorkomen (bindend advies door vakkundigen, beslissing door één der partijen zelve^ die niet als de wettelijk geregelde arbitrage zijn te beschouwen, maar wier geldigheid thans niettemin erkend wordt. Waarborgen tegen misbruik vindt men in de artt. 1374 en 1375