is toegevoegd aan je favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236

de vervxilling van een der voorwaarden voor het verloopen der aangegeven teirmijnen onmogelijk blijkt? Er is geen ander antwoord te geven, dan dat dan het verzet steeds mogelijk blijft.

Er is een soort processen van dien aard, waarin die voortvurende vatbaarheid voor verzet van het bij verstek gewezen vonnis soms bizonder onaangename gevolgen heeft gehad voor de daarbij geïnteresseerde partijen.

Vonnissen tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed. Wij bedoelen de vonnissen tot echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Bij de herziening der wet van 7 Juli 1896 werd daarom aan art. 82 Rv., aanwijzende den emdtermijn van de executie bij verkoop van roerende en onroerende goederen en van die door beslag onder derden, toegevoegd een alinea, luidende: „Ingeval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed", (wordt het vonnis gerekend ten uitvoer gelegd te zijn) „nadat het aan de gedaagde beteekend is en openbaar gemaakt op de wijze bij art. 828 van dit wetboek voorgeschreven en zoowel negentig dagen na de beteekening als dertig dagen na de aankondiging, bedoeld in art. 811, zijn verloopen." (Het laatste gedeelte van deze alinea is aldus gewijzigd bij Art. III der wet van 27 Maart 1915, S. 172). In art. 828 wordt bepaald, dat de hier bedoelde vonnissen moeten openbaar gemaakt worden op de wijze bij art. 811 vastgesteld, d.w.z. door de plaatsing van een uittreksel van het vonnis in de Nederlandsche Staatscourant. Het uittreksel moet bevatten de dagteekening van het vonnis en de aanduiding der rechtbank, door welke het gewezen is en de namen, voornamen, het beroep en de woonplaats der echtgenooten. De aangehaalde bepaling van art. 82 Rv. geeft niet de aanwijzing der grens aan voor het ten uitvoer gelegd zijn van het vonnis, doch iets, wat daarvoor naar den wil van den wetgever in de plaats komt. Men helpt zich dan nu op deze wijze met een fictie *).

Daaraan zou echter geen behoefte bestaan, wanneer het mogelijk ware het vonnis van echtscheiding of van

De woorden „wordt gerekend ten uitvoer gelegd te zijn" hebben voor de eerste drie gevallen de beteekenis eener grensbepaling; het onzekere uiteinde wordt er mede aangewezen. Voor het nieuw toegevoegde geval hebben zij de beteekenis eener wettelijke fictie. Er wordt hier niets ten uitvoer gelegd.