is toegevoegd aan je favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238

Wanneer er strijd is over de verdeeling van de gelden eener executie van roerende goederen, wordt een rechtercommissaris ter regeling er van benoemd, die partijen, indien hij ze niet kan vereenigen, naar de rechtbank verwijst. Is de strijd in der minne of bij eindvonnis beslecht, dan sluit de rechter-commissaris zijn procesverbaal, waarin opgenomen is een staat van verdeeling, en gelast hij bij bevelschrift den houder der gelden tot uitbetaling aan den schuldeischer van hetgeen hem volgens den staat toekomtx). De bewaarder is in den regel de griffier der rechtbank onder wier rechtsgebied de gerechtelijke verkoop heeft plaats gehad, kan echter ook een ander zijn, omtrent wien partijen zijn overeengekomen (zie art. 474, al. 2 Rv.).

Kracht van het vonnis. De regel, dat een vonnis alleen beslissingen tusschen partijen bevat en niet kan bepalen de gedragslijn van een derde is slechts een toepassing van een meer algemeenen regel, t .w., dat vonnissen alleen de rechten van de partijen vaststellen, die tegen elkaar gestreden hebben. Wij hebben wel nergens in de wet ten aanzien van wettig gewezen vonnissen een bepaling, als die van art. 1374 B. W., ten aanzien van wettig gemaakte overeenkomsten, maar de uitzonderingen bevestigen het bestaan van dien regel. Zoo bepaalt art. 1957 B. W.: „Vonnissen betrekkelijk den staat van personen, gewezen tegen dengene die wettiglijk bevoegd was om den eisch tegen te spreken, zijn van kracht tegen elk en een iegelijk."

Wij hebben echter in het twaalfde hoofdstuk gezien, dat toch de rechtsbelangen van derden bij een strijd van partijen kunnen betrokken zijn, en dat daarom de wet aan die derden de bevoegdheid heeft toegekend, om aan dien strijd deel te nemen. Is nu echter een proces door een vonnis afgeloopen, waardoor derden in hun belangen zouden worden benadeeld, zoo kunnen zij tegen dat vonnis opkomen.

Derde verzet. Men noemt dit verzet der derden ook wel derde verzet (tiercé opposition) (artt. 376—380 Rv.).

vonnis ter regeling van net proces een dergelijk bevel aan een derde kan bevatten.

*) Wel is hier niet een tusschen partijen gewezen vonnis, bevattende een bevel aan derden, maar een zelfstandig bevelschrift: omdat het echter toch volgt op eene rechterlijke beslissing, hebben wij ook dit bevelschrift gemeend te kunnen vermelden.