is toegevoegd aan je favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242

na de dagvaarding aan des eischers verlangen zou hebben voldaan. Toepassing van dien regel vindt men b.v. in artt. 620 en volgende B. W. en in artt. 634 en volgende B. W.; vergelijk ook art. 1286 al. 3 B. W., welke laatste bepaling ten gevolge heeft, dat niet licht een eischer, die een bepaalde geldsom vordert, zal nalaten bij zijn conclusie in de dagvaarding tot veroordeeling van den gedaagde tot betaling der verschuldigde som, te voegen de woorden „met de renten over dit bedrag van den dag dezer dagvaarding." De wisselende waarde van vreemd geld in en na den oorlog heeft in dit opzicht eigenaardige gevolgen gehad. Bij daling der waarde van gevorderde marken of franken werd namelijk de eischer, al kreeg hij de rente er bij, allerminst „in den toestand geplaatst waarin hij zou hebben verkeerd indien de gedaagde dadelijk na de dagvaarding aan des eischers verlangen zou hebben voldaan." Met de vraag hoe men deze onbillijkheid kan ontgaan kunnen wij ons echter te dezer plaatse niet bezighouden. Als uitzonderingen op den gestelden regel moeten wij wijzen op art. 152 B. W., op art. 254, 3° en 4° B. W. en op art. 500 B. W.

Daar het vonnis de rechtsverhouding tusschen partijen bepaalt, spreekt het ook vanzelf, dat de veroordeelde verplicht is aan den inhoud der veroordeeling te voldoen. Ondertusschen is deze verplichting niet een onmiddellijk gevolg van het uitgesproken vonnis.

Uitvoerbaarheid van het vonnis. Daartoe is nog noodig tweeërlei, óf dat het vonnis uitvoerbaar is verklaard bij voorraad, óf wel dat het door een der gewone middelen niet meer vatbaar is voor herziening. Wat het laatste betreft, zoo herinneren wij er aan (zie blz. 22 en 94,109 v.v.) dat de gewone middelen van herziening zijn: verzet na verstek, appèl, en beroep in cassatie. Het requeste civiel is een buitengewoon middel, en komt hier evenmin in aanmerking als de nietigverklaring van een arbitraal vonnis.

Of het vonnis uitvoerbaar is bij voorraad hangt formeel af van de verklaring des rechters in het vonnis opgenomen: „verklaart dit vonnis (of arrest) uitvoerbaar bij voorraad", en materieel van de voorwaarde, of het voldoet aan de bepaling der artt. 52 en 53 Rv. De rechter zal n.1. niettegenstaande verzet (bij verstekvonnis) of hooger beroep (waaronder cassatie is begrepen) het vonnis voorloopig uitvoerbaar verklaren: