is toegevoegd aan je favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

275

Hoewel wel eens anders is beslist, behoeft met het verzet niet te worden gewacht tot de executie in engeren zin is aangevangen, doch kan het reeds worden gedaan indien die executie dreigt door een bevel om aan het vonnis te voldoen.

Beperkingen van het derde beslag. Nog verdient opmerking, dat het beslag niet gelegd mag worden:

1°. op de goederen, welke volgens de wet voor geen inbeslagneming vatbaar zijn (genoemd in artt. 438a, 447 en 448 Rv.

2°. op in rechten toegewezen gelden tot onderhoud; 3°. op gelden en jaarwedden tot onderhoud, welke tengevolge van schenking of testament door een derde aan den geëxecuteerde moeten worden uitgekeerd, zoo de schenking, de erflating of het legaat gemaakt is onder uitdrukkelijke bepaling, dat een of ander niet voor inbeslagneming vatbaar zal zijn. Deze bepalingen komen aldus voor in de afdeeling van conservatoir beslag (art. 756 Rv.) en worden bij het executoriaal derden beslag niet genoemd. Dat zij ook daarbij toepasselijk zijn wordt op grond der ratio aangenomen. Elders in de wetgeving vindt men verscheidene uitdrukkelijke uitzonderingen: art. 1638g B. W., art. 17 ouderdoms- en 171 invaliditeitswet, art. 78 ongevallen- en art. 60 ziektewet, ambtenarenwet 1929 art. 115—124 enz.

Uitbreidingen. De laatste wet wijst een anderen weg aan tot verhaal, nl. inhouding en inkorting, maar sluit beslag, voor zooveel het voor beslag vatbare loongedeelte betreft, niet uit. Ten aanzien daarvan en van ander derden-arrest onder den Staat of openbare lichamen geldt het bij die wet in de Rechtsvordering ingelaschte 479a, dat om redenen van openbaar belang deze opheffing bij den president kunnen vorderen en dat goederen bestemd voor den openbaren dienst er niet onder vallen (art. 438a Rv.).

De vereenvoudigde beslagprocedure voor onderhoudsvorderingen (479b—g) kan daarbij óók worden gevolgd. Zij maakt mogelijk, zoo vaak de schuldenaar zijnerzijds periodieke betalingen te ontvangen heeft, dat diens schuldenaar wat hij verschuldigd is telkenmale aan den executant betaalt tot dekking van het achterstallig bedrag en de telkens vervallen termijnen. Betaalt de derde (meest de werkgever van den geëxecuteerde) niet, dan stelt de executant rechtstreeks tegen hem een vordering bij den kantonrechter