is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXI

SAMENLOOP VAN SCHULDEISCHERS. BOTSINGEN

Indien meer dan één schuldeischer tegen denzelfden schuldenaar vorderingen doen gelden en een of meer hunner hebben een executorialen titel, kan, wat licht te begrijpen is, deze omstandigheid tot moeilijkheden van allerlei aard aanleiding geven. De meest voor de hand liggende hebben ten aanzien der dwangmiddelen, welke door de wet geregeld worden, een onderwerp van des wetgevers zorg uitgemaakt.

Samenloop bij lijfsdwang. Bij samenloop van meer dan één executant tot lijfsdwang zal de schuldenaar niet uit de gijzeling ontslagen mogen worden door collusie van dezen met den eenen schuldeischer ten nadeele van den andere. Van daar de bepaling van art. 593 al. 1 Rv., dat de schuldenaar in gijzeling kan worden „aanbevolen" door anderen, die insgelijks recht hebben, om lijfsdwang tegen hem uit te oefenen. Wanneer dit gebeurd is, blijft de schuldenaar in de gijzeling, ook al is de tijd verstreken, gedurende welken iemand voor dezelfde schuld in de gijzeling kan worden gehouden, of nadat de schuldenaar aan den eersten schuldeischer heeft betaald, of de gijzeling, door den eersten schuldeischer toegepast, om de eene of andere reden nietig zou zijn verklaard (art. 594 Rv.).

Daar de schuldenaar onder deze omstandigheden ten bate van meer dan één schuldeischer in de gijzeling wordt gehouden, heeft de wetgever aan den eersten arrestant het recht gegeven tot een vordering tegen degenen die den schuldenaar in de gijzeling hebben aanbevolen, strekkende om voor gelijke deelen tot de betaling van het onderhoud bij te dragen.

Van dat oogenblik af mag bij echter bok de door hem gestorte som niet zonder toestenuning van hen, tegen wie hij de vordering kan doen gelden, terugnemen. De vordering wordt gebracht voor de rechtbank van het arrondissement