is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

285

waarin de gegijzelde gevangen is gezet. In de gemeente toch, waar de gevangenis is, moet ook hij, die aanbeveelt, woonplaats kiezen.

Samenloop bij beslag op roerende goederen. Van meer practisch belang dan bij de gijzeling des debiteurs is de samenloop bij verscheiden beslagen op goederen.

Vooreerst bij een beslag op roerende goederen.

Op dezelfde goederen kan, terwijl beslag daarop ligt, geen nieuw beslag gelegd worden.

Wil dus een deurwaarder ten verzoeke van zijn requirant op de roerende goederen van diens schuldenaar beslag leggen, en vindt bij, dat een ander hem reeds vóór geweest is, zoo geeft de wet hem het recht (art. 459 Rv.), zich door den bewaarder te doen vertoonen het procesverbaal der eerste inbeslagneming, waarvan, mede daarom, copie aan den bewaarder moet ter hand gesteld zijn.

Proces-verbaal van vergelijking. De deurwaarder maakt dan „een proces-verbaal van vergelijking" op, en kan voorts, indien bij goederen buiten het eerste beslag vindt, daarop beslag leggen. Het gevolg van dit proces-verbaal is, dat na den verkoop de opbrengst door den deurwaarder, met den verkoop belast, niet uitsluitend aan den eersten executant mag worden verantwoord. Er zal dan een verdeeling moeten plaats vinden, in evenredigheid der verschillende vorderingen en met inachtneming der beginselen in het burgerlijk wetboek (in den achttienden titel van het tweede boek) voor de betaling der schulden aangewezen. Het hoofdbeginsel is neergelegd in art. 1178 B. W. luidende: „Die goederen strekken tot gemeenschappelijken waarborg voor zijne schuldeischers; derzelver opbrengst wordt onder hen ponds ponds gelijke, naar evenredigheid van eens ieders inschuld, verdeeld, ten ware er tusschen de schuldeischers wettige redenen van voorrang mogten bestaan."

Het spreekt vanzelf, dat die verdeeling tot twist kan aanleiding geven en daarom heeft de wetgever gewild, dat zij onder toezicht van den rechter zal plaats hebben. De meest gereede partij moet zich dus tot den president der rechtbank wenden en wel der rechtbank, in wier ressort de verkoop plaats gehad heeft. Dit geschiedt bij verzoek, in een daartoe bestemd register, ter griffie der rechtbank ingeschreven en met de strekking, dat een rechter-commissaris benoemd worde,