is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

294

de rechtbank des verzoekers bevoegd moet zijn, naar analogie van art. 735 Rv. — De vreemdeling kan zich van die gijzeling bevrijden, door het verschaffen van behoorlijken borgtocht of andere voldoende zekerheid voor de schuld met interessen en kosten, doch als hij beweert ten onrechte te zijn gegijzeld of daarmee te worden bedreigd kan hij zoowel bij den president in référé als bij de rechtbank daartegen opkomen. De schuldeischer echter, die van dat recht gebruik heeft gemaakt, moet binnen acht dagen den vreemdeling dagvaarden tot betaling zijner schuld en de goedkeuring van den voorloopigen toegepasten dwang. De wet noemt dit een eisch tot vanwaardeverklaring. Bij gebreke van het instellen van dien eisch binnen den gestelden termijn, houdt de gijzeling van rechtswege op, zoodat de vreemdeling dan onmiddellijk zijn ontslag uit de gijzeling zal kunnen vorderen bij de rechtbank van het arrondissement, waarin hij gegijzeld is, met schadevergoeding.

Deze waarborg tegen den vreemdeling heeft, zooals wij reeds zeiden, door het tractaat van 1905 veel van zijn belang verloren.

Belangrijker zijn des wetgevers bepalingen met het oog op de mogelijkheid, dat roerende goederen, hangende het proces over den eigendom van deze, worden weggemaakt, of dat de debiteur zich aan de voldoening zijner schulden onttrekt, door, in den loop der procedure, zijn roerende goederen buiten de macht van zijn schuldeischer te brengen.

Revindicatoir conservatoir beslag. Eerst daardoor, dat revindicatoir beslag mogelijk is op die goederen, waarop iemand eigendomsrecht heeft of welke hij, krachtens artikel 1191 B. W. of de artt. 230 vlg. W. v. K., wil reclameeren, is voor het recht van den eigenaar of reclamant gezorgd.

Eerst door het conservatoir beslag op goederen of gelden van den schuldenaar, hebben ook die bepalingen van het burgerlijk wetboek (artt. 1177—1179) wezerdijke beteekenis, volgens welke alle roerende en onroerende goederen van den schuldenaar voor zijn verbintenissen aansprakelijk worden geacht en tot gemeenschappelijken waarborg voor zijn schuldeischers strekken 1).

l) Het hier besproken conservatoir beslag is een voorbeeld van den invloed, dien het formeele recht op de materieele rechten uitoefent. Uit art. 625 B. W. toch zou men niet afleiden, dat de eigenaar dit beslag moet eerbiedigen. Toch zal hij dit moeten doen, wil hij zich niet blootstellen aan de straf van artikel 198 Sr.