is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

297

Het beslag op onroerend goed eindelijk vormt thans de zesde afdeeling van den vierden titel van het derde boek (art. 770a tot en met 770 g) met bizondere afwijkingen voor de vrouw in de artt. 808/ en 808g Rv.

Wij wenschen nu vóór alles na te gaan, welken invloed de aanleiding tot het leggen van het beslag heeft op de wijze, waarop het op roerende goederen wordt gelegd. In het algemeen is tot het nemen van den maatregel een voorafgaand verlof noodig.

Toch is het de aanleiding tot dien maatregel, welke in één geval het verlof overbodig maakt.

Pandbeslag. Dit is nl. het geval bij het z.g. pandbeslag. Daar wordt verlof van den president der arrondissementsrechtbank door de wet slechts geëischt (art. 758 Rv.), wanneer men den schuldenaar met het beslag wil overvallen. Heeft de schuldeischer echter per deurwaarders-exploit „een bevel" tot betaling gedaan, dan kan één dag later het beslag worden gelegd zonder verlof. Het moet in elk geval binnen 8 dagen worden gevolgd door den eisch tot van waarde verklaring (art. 763 Rv.) op straffe van verval, bij de rechtbank van den beslagene.

Tot zekerheid van de huur- of pachtpenningen had men vroeger een soort hypotheekrecht op de goederen, waarop onze tegenwoordige wet (artt. 1185, 2°., 1186 al. 1, 1188 B. W.) aan den verhuurder nog een wettelijk voorrecht toekent. Dit voorrecht kleeft als het ware op de goederen en blijft de vervolging der aanspraken van verhuurder of verpachter beschermen, ook wanneer de goederen zijn vervoerd en aan derden verbonden. Deze regeling van het materieele recht schijnt bij die van het formeele recht er toe te hebben geleid, om den verhuurder of verpachter, zoo hij ernstig om betaling heeft gevraagd en haar niet heeft verkregen, de beslaglegging op die goederen, ook zonder rechterlijk verlof, toe te staan. Het pandbeslag berustende op dit voorrecht is als een uitzonderlijk recht voor analogische toepassing niet vatbaar. Vandaar dat de rechtspraak pandbeslagen niet toelaat voor schadevergoeding wegens gebruik van het gehuurde perceel na beëindigde of ontbonden huur, maar uitsluitend voor verhaal der vervallen huurpenningen als zoodanig.

Beslag tot revindicatie of reclame. Indien daarentegen het eigendomsrecht van den beslaglegger op roerende goederen,