is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

verbalen of de processen-verbaal van den rechter-commissaris opgenomen verklaringen van de getuigen en van den beklaagde.

Het nieuwe wetboek opent ook bij de behandeling in raadkamer de gelegenheid den verdachte zelf en zijn raadsman te hooren, art. 35 en art. 24 en schrijft voor enkele gevallen, vooral bij beslissingen over de preventieve hechtenis, als regel het hooren van den verdachte voor; vgl. art. 63 lid 8, art. 66, art. 67 lid 2. Intusschen gaat toch aan eene beslissing in raadkamer eene mondelinge behandehng niet vooraf; ook de beslissing over de al dan niet verdere vervolging steunt, behalve op het bij art. 250 lid 2 voorgeschreven verhoor van den verdachte, op de inschrift gebrachte verklaringen. Bij het eindonderzoek zijn daarentegen de beginselen van de mondelinge behandehng en van de onmiddellijkheid uitdrukkelijk erkend. Bij de omschrijving van de bewijsmiddelen in de artt. 340—343 wordt met eene enkele afwijking, art. 841 lid 2, steeds uitdrukkehjk vermeld dat de verklaring moet zijn geschied „bij het onderzoek ter terechtzitting". De door de rechtbank te geven beslissing moet naar art. 348 gegeven worden „naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting". ^

Ook hierbij gelden echter weer verschillende uitzonderingen. 1°. De artt. 295 en 297 hd 8 laten de mogelijkheid toe, dat eene vroeger afgelegde, ter terechtzitting voorgelezen getuigenverklaring zal worden aangemerkt als ter terechtzitting afgelegd.

2°. Het bewijs kan worden gegrond op de in art. 844 2°, vermelde procéssen-verbaal, en andere geschriften, art. 844, laatste Hd, zonder dat degene die het verbaal heeft opgemaakt mondeling behoeft të zijn gehoord,

3°. Het feit dat eene verklaring, bepaaldelijk door den verdachte is afgelegd, kan worden bewezen door een geschrift als bedoeld in art. 844 2°, meer in het bijzonder door een procesverbaal van den rechter-commissaris, welk feit dan als aanwijzing kan gelden. Vgl. art. 341 hd 2. Ik kom hierop bij de behandeling van de leer van het bewijs nader terug.

4°. Bij de behandeling in hooger beroep mag de beslissing ook steunen op het onderzoek in eersten aanleg volgens het proces-verbaal der terechtzitting. Hier beperkt het tweede lid van art. 422 dit aan het vorige wetboek, art. 246, ontleende voorschrift in belangrijke mate door van de volgens bedoeld verbaal afgelegde verklarin-