is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

71

officieren van justitie 1). Eindelijk worden in no. 6 vermeld de rijksveldwachters en de gemeenteveldwachters en de door den Minister van Justitie aangewezen mihtairen dér marechaussée beneden den rang van onderofficier *) Art. 8,1° oud sprak zonder meer van de veldwachters, waaronder intusschen ook de rijksveldwacht werd begrepen8). De in art. 8 oud mede vermelde boschwachters worden niet meer genoemd, daar deze ambtenaren zijn verdwenen.

Behalve deze ambtenaren die belast zijn met de opsporing van alle strafbare feiten verklaart art. 142 belast met de opsporing van strafbare feiten hen, aan wier waakzaamheid bij bijzondere wetten of verordeningen de handhaving of de zorg voor.de naleving daarvan of de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten is toevertrouwd, een en ander voor zoover die feiten betreft *). Deze redactie sluit aan bij die van art. 8,7° oud, zoodat hetgeen tel\ dien opzichte rechtens was bij het nieuwe voorschrift is gehandhaafd 5).

De bevoegdheid van alle opsporingsambtenaren is volgens art. 146 beperkt tot het grondgebied waarvoor zij zijn aangesteld, eene bepaling die voorkwam in den aanhef van art. 8 oud en natuurlijk van veel belang is ten aanzien van hen, die voor eene bepaalde gemeente zijn aangesteld.

Volgens het tweede hd van art. 146 hebben alle opsporingsambtenaren het recht in de uitoefening hunner ambtsverrichtingen de hulp in te roepen van de openbare burgerhjke en de gewapende macht. De in art. 27 lid 2 oud opgenomen uitzondering ten aanzien van de veld- en boschwachters is vervallen 6).

In de artikelen 152 vlgg. worden nog enkele nadere voorschriften gegeven betreffende de werkzaamheid der onderscheidene hierboven genoemde opsporingsambtenaren. Hun eerste phcht

*) Men vgl.: Het beheer, de belangen en de dienst der Koninklijke Marechaussée, Eene studie van Kolonel G. A. van Haeften.

*) Vgl. over deze laatste bijvoeging volgens art. 21 der Invoeringswet, M. v. T. bl. 4.

») Bekn. Handl. bl. 46 en noot 1.

') Men zie o.a. art. 54 lid 1 Drankwet, art. 18 Arbeidswet, art. 21 Veiligheidswet, art. 104 Ongevallenwet 1901, art. 35 Vissjherijwet, art. 63 Schepenwet en voorts voor de bevoegdheid van de gemeentelijke politiebeambten de daaromtrent in de . plaatselijke politieverordeningen voorkomende bepalingen.

') M. v. T. bij art. 19 der Invoeringswet, bl. 5.

•) M. v. T. bij art. 150, bl. 99.