is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

dachte bevelen, dat de getuige in gijzeling zal worden gesteld, totdat de rechtbank daaromtrent zal hebben beslist. Binnen vier en twintig uren moet dan de rechter-commissaris verslag doen aan de rechtbank, tenzij de getuige reeds eerder uit de gijzeling is ontslagen. Binnen vier en twintig uren daarna moet de rechtbank & "de in gijzeling houding van den getuige öf zijn ontslag bevelen. Het bevel tot het in gijzeling houden geldt naar art. 222 slechts voor ten hoogste twaalf dagen, doch kan telkens voor twaalf dagen worden verlengd, op verslag van den rechter-commissaris of op vordering van den officier van justitie, nadat de getuige opnieuw is gehoord. Volgens art. 223, beveelt de rechtercommissaris het ontslag van den getuige uit de gijzeling, zoodra deze aan zijne verplichting heeft voldaan—de vraag, of de getuige naar het oordeel van den rechter de waarheid heeft verklaard, is daarbij zonder belang *) — of zijne getuigenis niet meer noodig is, terwijl de rechtbank ten allen tijde het ontslag uit de gijzeling kan bevelen hetzij ambtshalve, hetzij op het verslag van den rechter-commissaris, de vordering van den officier of het verzoek van den getuige. Deze wordt gehoord, althans opgeroepen en indien zijn verzoek tot ontslag is afgewezen kan hij binnen drie dagen na de beteekening der beschikking in beroep komen en daarna binnen gelijken termijn in cassatie. Op deze beroepen zijn de bepalingen van de artt. 447—455, regels stellende omtrent het hooger beroep en de cassatie van beschikkingen van toepassing. Zoodra de sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek onherroepelijk is geworden eindigt de gijzeling in elk geval en moet de officier van justitie het ontslag bevelen.

Art. 224 vordert dat alle beschikkingen, waarbij gijzeling wordt bevolen of verlengd of een verzoek tot ontslag wordt afgewezen, met redenen moeten zijn omkleed en voorts, wat in verband met het recht tot het instellen van beroep en den daarvoor bepaalden termijn van belang is, binnen vier en twintig uren aan den getuige worden beteekend. De getuige kan zich volgens art. 225 gedurende de gijzeling met een advocaat beraden. Deze heeft vrijen toegang tot den getuige en het recht tot vrij mondeling en schriftelijk verkeer met hem. Eene beperking als in art. 50 — zie hierboven bl. 82-84 — komt hier niet voor. Het

>) Bekn. Handl., bl. 105 noot.