is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

166

misbaar doch vereischt bij de gebrmkmaking groote voorzichtigheid *).

Art. 33^ noemt in de vierde plaats de verklaringen van een deskundige. Volgens art. 843 wordt daaronder verstaan diens bij het onderzoek op de terechtzitting medegedeeld gevoelen betreffende hetgeen zijne wetenschap hem leert omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is. Deze bepaling doelt op het mondeling gegeven verslag van den deskundige; het schriftelijk verslag wordt in art. 844, 4° onder schriftelijke bescheiden vermeld en heeft bewijskracht als zoodanig in verband met art. 889, 5°. Door de erkenning van de deskundige verklaring als bewijsmiddel wijkt het nieuwe wetboek van de vroegere wetgeving af. Daarbij gold de verklaring slechts als bewijsmiddel, in zoover zij als getuigenverklaring op zinnelijke waarneming berustte 2); het deskundig gevoelen, de wetenschappelijke conclusie mocht alleen strekken ter voorlichting van den rechter, art. 402, en kon slechts worden gebruikt, voor zoover de rechter verklaarde er zich op grond van eigen wetenschap mede te vereenigen. Het deskundig rapport mocht niet strekken tot bewijs van aanwijzingen 3). De vraag, in hoeverre de deskundige verklaring, voor zoover zij een oordeel inhoudt en niet slechts weergeeft wat de deskundige waargenomen heeft, als bewijsmiddel kan gelden, is zeker voor verschillende beantwoording vatbaar 4); het in de wet gegeven bevestigend antwoord is met de eiscben der practijk meer in overeenstemming dan de uit de vroegere regeling voor den rechter voortvloeiende verplichting om over de deskundige conclusie een eigen zoogen. wetenschappelijk oordeel uit te spreken, ook dan wanneer hem voor dat oordeel alle wetenschap ontbrak.

In de laatste plaats noemt art. 839 als bewijsmiddel schrifte-

*) Ik verwijs hier naar L. William Stern in Zeitschrift für die gesamte Strafrechtswissenschaft, dl. 22 bl. 315, het door Stern uitgegeven tijdschrift „Beitrage zur Psychologie der Aussage", de overzichten van Schott en Gmelin in JuristischPsychiatrische Grenzfragen. Dritter Band Heft 6/7, Garraud, Traité I, bl. 546— 553, J. Simon v. d. Aa, T. v. S. XVI, 189, Adolf Stöhr, Psychologie der Aussage, van Geuns, Proefondervindelijke bijdrage tot de psychologie der getuigenis en J. Varendonck, Experimenteele bijdrage tot de psychologie van het getuigenis.

■) H. B. 23 April 1917; W. 10111.

*) Bekn. Handl. bl. 102 en bepaaldelijk noot 2.

4) M. v. T. bl. 168.