is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

210

stek blijven die voorschriften buiten toepassing *V. /Art. 828 bebepaalt dat tot het nemen van elke rechterlijke beslissing op grond van de bepalingen van Titel VI de officier van justitie eene vordering, de verdachte een verzoek kan doen. Over die vordering of dat verzoek wordt naar art. 829 de andere partij gehoord, terwijl volgens art. 330, art. 200 oud, weigering of verzuim om te beslissen over eene vordering of een verzet van den officier van justitie of over een verzoek of verzet van den verdachte, strekkende om van eene door de wet toegekende bevoegdheid of recht gebruik te maken nietigheid ten gevolge heeft. De met art. 200 oud correspondeerende bepaling van art. 846 lid 2 oud is vervallen. Het geval van art. 880 zal echter vallen onder art. 99,1° B. O., zoodat de in art. 880 uitgesproken nietigheid zal bestaan in nietigheid van de gewezen uitspraak2).

De artikelen 269 en 278 bevatten voorschriften in verband met de al dan niet openbaarheid der zitting. Deze voorschriften werden reeds hierboven besproken in § V van de Inleiding, bl. 30/31.

EenTöörschrïrt, dat heêfwat stof heeft doen opgaan, wordt gevonden in art. 275. Naar aanleiding van eene opmerking in ^het schrijven aan den Minister van Justitie van de Commissie van voorbereiding omtrent de plaats van het openbaar minis\*' terie in de rechtszaal s) werd door den Minister een nieuw art. ♦ 278a voorgesteld, bepalende, dat ten aanzien van hunne plaats in de rechtszaal tusschen den officier van justitie en den raadsman gelijkheid zou worden betracht en dat zij beide aan de tafel der rechters geen plaats nemen. Daarmee werd dus ten aanzien van den officier met de bestaande gewoonte gebroken. Tegen deze bepaling rees vooral uit de kringen van het O. M. eene zeer sterke oppositie *). Bij Nota van wijziging 6) nam daarop Minister Heemskerk het eerste gedeelte van de bepaling terug, doch behield alleen het voorschrift, dat behalve de rechters en den griffier niemand aan de tafel der rechtbank plaats neemt. Aldus zou tot uitdrukking komen, dat de officier van justitie evenmin als de raadsman deel uitmaakt van de rechtbank. Aan het openbaar

>) M. v. T. bij art. 324, bl. 160. ») Vgl. M. v. T. bl. 204. ») Verslag bl. 26.

«) Vgl. W. nos. 10229, 10233, 10236 en 10239. ") bl. 12.