is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240

punten. Worden bevoegdheid en ontvankelijkheid aangenomen, dan wordt over de vordering zelf en over de verwijzing in de gemaakte kosten beslist.

De uitspraak van het vonnis geschiedt door den voorzitter of door een der rechters, die over de zaak heeft geoordeeld, in eene openbare zitting der rechtbank, art. 862. Uitdrukkehjk wordt daarbij bepaald, dat de rechtbank op die zitting moet zijn samengesteld uit drie rechters en dat de officier van justitie en de griffier moeten tegenwoordig zijn. De te dien opzichte bij art. 222 oud gerezen quaestie *) is aldus bepaaldehjk beslist. Art. 862 moet op straffe van nietigheid worden nageleefd.

De verdachte, die zich ter zake van bet ter terechtzitting onderzochte feit *) in voorloopige hechtenis bevindt, is bij de uitspraak tegenwoordig, tenzij hij daartoe buiten staat is of mondeling of schriftelijk te kennen heeft gegeven weg te willen bhjven, art. 868. De verplichte aanwezigheid van den gedetineerden verdachte is dus vervallen »). Is hij tot verschijnen buiten staat, dan wordt hem het vonnis ten spoedigste door den griffier voorgelezen, die hem dan kennis geeft van het rechtsmiddel, dat hij kan aanwenden en van den termijn, waarbinnen hij dit kan doen. Aan den bij de uitspraak van het vonnis tegenwoordigen verdachte geschiedt zoodanige kennisgeving door den voorzitter, art. 864. Het vonnis wordt volgens art. 865 binnen twee maal vier en twintig uren na de uitspraak onderteekend door de rechters, die over de zaak hebben geoordeeld en door den griffier, die bij de beraadslaging tegenwoordig is geweest. Is een hunner daartoe buiten staat, dan wordt daarvan aan het slot van het vonnis melding gemaakt. Na de onderteekening van het vonnis, in ieder geval na afloop van twee maal vier en twintig uren na de uitspraak kan de verdachte of zijn raadsman, — natuurhjk ook beide — inzage nemen van het vonnis en van het proces-verbaal der terechtzitting, art. 865.

§6. Het geding voor den politierechter. Bij de wet van den 5den Juli 1921 Stb. 833 tot vereenvoudiging

») Bekn. Handl. bl. 220 en noot 4. •) VgL M. y. T. bij art. 366, bl. 183. ») M. t. T., t.a.p.