is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

263

Volgens art. 385 kan het aanhangig maken der zaak door oproeping enkel plaats vinden ingeval van ontdekking op heeter daad — art. 128 — door een opsporingsambtenaar. Het aanhangig maken der zaak door oproeping bestaat in de onverwijlde uitreiking door den ambtenaar aan den verdachte van eene oproeping om te verschijnen op eene daarin vermelde terechtzitting van het kantongerecht. Bij de uitreiking aan den verdachte worden inhoud en strekking der oproeping aan den verdachte, zoo mogehjk, mondeling kortelijk toegelicht.

Indien de onverwijlde uitreiking van de oproeping niet heeft plaats gevonden, dan kan zij alsnog door een dienaar van de openbare macht aan den persoon van den verdachte of te zijner woon- of verbhjfplaats aan een zijner huisgenooten worden uitgereikt, mits niet later dan den dag volgende op dien waarop het feit ontdekt is.

De mogelijkheid bestaat dat eene aangeboden oproeping niet wordt aangenomen. In dat geval wordt zij geacht den verdachte op het oogenblik der aanbieding te zijn uitgereikt en hem onverwijld over de post toegezonden. Van een en ander wordt een proces-serbaal opgemaakt, dat bij de processtukken wordt gevoegd.

Volgens het eerste hd van art. 886 geschiedt de oproeping als regel tegen den dag der eerste gewone terechtzitting van het kantongerecht, welke gehouden wordt nadat vijf dagen sedert den dag der uitreiking zullen zijn verstreken. Voor kantongerechten in gemeenten met 100.000 of meer inwoners is de termijn drie dagen in plaats van vijf. De termijnen kunnen voor bepaalde zaken bij 4e voorschriften volgens art. 884 hd 2 door het openbaar mmisterie bij de kantongerechten gegeven worden verkort of verlengd.

Lid 2 van art. 252d, naar de wet van 5 Juli 1921 Stb. 833, het bij aanhouding van den verdachte volgens art. 41 Sv. oproeping ter verschijning op denzelfden dag toe. Bovendien kon voorgeleiding van den verdachte voor het openbaar ministerie en daarna ter terechtzitting plaats vinden. In het Wetboek van Strafvordering was, naar reeds werd opgemerkt, deze voorgeleiding aanvankehjk niet opgenomen*) doch bij de Invoeringswet is zij, aan de reeds

l) M. v. T., bl. 187.