is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

265

zitting moet worden aangebracht. In dat geval doet het door een dienaar der openbare macht aan den persoon van den verdachte of te zijner Woon- of verblijfplaats aan een zijner huisgenooten eene schriftelijke mededeeling uitreiken, die latere terechtzitting vermeldende.

De bepalingen van art. 885 lid 8 en 4 omtrent hetgeen moet geschieden bij niet-aanneming van de oproeping en omtrent het op te maken proces-verbaal vinden volgens art. 887 laatste lid overeenkomstige toepassing.

In overeenstemming met art. 252/ bepaalt art. 888, dat het formulier der oproeping wordt vastgesteld door den Minister van Justitie, die bovendien nadere voorschriften kan geven ter uitvoering van de artt. 884—887. Deze vaststelling van het formulier is geschied bij de reeds vermelde beschikking van 21 Juli 1922 Stc. no. 141, bij welke beschikking tevens verschillende nadere voorschriften omtrent de uitvoering der genoemde artikelen zijn gegeven

Indien de bij de artt. 885 en 387 behandelde oproeping en mededeeling met zijn uitgereikt of toegezonden volgens de bij die artikelen gegeven voorschriften, is daarvan nietigheid der oproeping het gevolg, art. 889. Die nietigheid geldt niet' voor de bij art. 885 eerste lid vermelde mogelijkerwijze te geven mondelinge toelichting bij de oproeping.

De wet van 1921 bevat nog een paar voorschriften ter vereenvoudiging van de oproeping van getuigen en deskundigen. Deze , J^^~~~Jjtf^ bepalingen kwamen aanvankelijk in het wetboek niet voor ."doch ySJ^-^Cl. zijnbij art. 78 der Invoeringswet als artt. 370a en 370b,Jll&ns 89jTjen 391, daarin opgenomen. Volgens art. 890 kunnen in' zaken, welke door oproeping op den dag zeiven ter terechtzitting aanhangig zijn gemaakt, getuigen door den ambtenaar, die het feit heeft opgespoord, worden uitgenoodigd om ter terechtzitting van het kantongerecht te verschijnen. Die uitnoodiging wordt door een dienaar der openbare macht uitgereikt aan den persoon van den getuige ofte zijner woon- of verblijfplaats aan een zijner huisgenooten terwijl een dubbel van de uitnoodiging bij de processtukken wordt gevoegd.

Trekt het O. M. de oproeping in of oordeelt het dat de zaak op

l) Vgl. het op bl. 262 noot 1 vermelde boekje van Van Zuylekom, bl. 24—26.