is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

290

de beslissing der hoofdzaak door het gerechtshof verlangen. Déze bepaling is opgenomen ten einde de spoedige afwikkeling der zaak mogelijk te maken en onnoodigen omslag te vermijden. Eene andere afwijking van art. 247 oud is dat alleen eene verwijzing naar dezelfde rechtbank en niet naar eene aangrenzende rechtbank kan geschieden. Daartegenover is thans bepaald, dat de rechtbank, naar wie de zaak verwezen wordt, verplicht is recht te doen met inachtneming van 's hofs arrest en dus aan dit arrest gebonden is. Ten aanzien van art. 247 oud was een belangrijk verschil van gevoelen gerezen omtrent de vraag, in hoeverre bij eene alternatieve telastlegging, waaromtrent in eersten aanleg alleen over de primaire telastlegging was beslist, het hof in hooger beroep zelf eene beslissing mocht geven over de subsidiaire telastlegging, dan wel de zaak naar den eersten rechter moest terugwijzen. De Hooge Raad heeft bij arrest van 18 November 1922; W. 10976 de quaestie in eerstbedoelden zin beslist. Ik zou zeggen dat, indien de beide telastleggingen zoodanig samenhangen, dat zij eigenlijk niet anders vormen dan twee juridisch verschillende omschrijvingen — bijv. diefstal of verduistering — van hétzelfde gebeuren, inderdaad in de schuldigverklaring aan de eene telastlegging toch ook eene beslissing is gegeven over de tweede, alternatief genoemde, zoodat wel mag worden aangenomen, dat eene bebeslissing over de hoofdzaak is gegeven1). Deze opvatting vindt nu nog steun in de straks te noemen bepaling van het tweede gedeelte van lid 1 van art. 424.

Volgens het laatste lid van art. 428 zal, indien bij samenloop van meerdere feiten slechts ééne hoofdstraf is uitgesproken — art. 57 Swb. — en het hooger beroep slechts is ingesteld ten aanzien van een of meer dier feiten, hetgeen volgens het tweede lid van art. 407 geoorloofd is, ingeval van vernietiging ten aanzien van de straf, bij het arrest de straf worden bepaald voor het andere feit of de andere feiten, waarover het hooger beroep niet loopt *).

De invoering van het mondelinge vonnis bij den politierechter,

') Vgl. de bijdrage van mr. L. Ch. Besier. in W. 10980 en het artikel van mr. Alfred Levy in T. v. S. XXXIII bl. 1 vlgg. ') Verslag M. O. bl. 133.