is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

292

bijdrage van mr. L. Ch. Begier in W. 11345, waarin op de beteekenis van dit arrest werd gewezen, blijkt dat ook in dit geval bet proces-verbaal niets bevatte, wat niet op eigen waarneming kon berusten. Het antwoord op de vraag, of en in hoeverre met de meergemelde reserve zal worden genoegen genomen, zal dus vermoedelijk wel daarvan afhangen, of er eenige twijfel kan bestaan omtrent het op eigen waarneming berusten van het gebezigde bewijsmiddel. In elk geval zal ten einde vernietiging van het mondelinge vonnis te voorkomen nauwkeurigheid in hetgeen daaromtrent in de aanteekeningen wordt vermeld zeer moeten worden in acht genomen. De door den Minister van Justitie gegeven aanwijzing was niet gelukkig uitgevallen.

Een zeer belangrijk voorschrift is opgenomen in art. 424. Volgens de wet van 5 Juli 1910 Stb. 140; vonnist ook het hof in hooger beroep met drie raadsheeren, en dus met hetzelfde aantal leden als de rechtbank in eersten aanleg. Daartegen is herhaaldelijk bedenking geopperd, ook meermalen door mijzelf. Om nu aan die bezwaren tegemoet te komen wordt voor de bewezenverklaring van een feit, waarvan de verdachte in eersten aanleg is vrijgesproken, eenparigheid van stemmen vereischt1). Indien echter bij eene alternatieve telastlegging was beslist, dat door den verdachte een der hem te laste gelegde feiten was begaan, is voor eene veroordeeling in hooger beroep ter zake van het andere feit, waarvan eene vrijspraak was gegeven, die eenparigheid niet vereischt.

In het tweede lid van art. 424 is overgenomen de bepaling van art. 248 oud, volgens welke, indien alleen de verdachte in hooger beroep is gekomen, hij niet tot eene zwaardere straf kan worden veroordeeld. Intusschen is de bepaling nu beperkt tot het geval, dat de vëroordeeling in hooger beroep geschiedt ter zake van hetzelfde feit, dat in eersten aanleg is bewezen verklaard. Indien aan een verdachte is te laste gelegd doodslag, subsidiair mishandeling met doodehjken afloop en de veroordeeling is uitgesproken ter zake van het subsidiaire feit, dan zou bij hooger beroep alleen van den verdachte ook het primair te laste gelegde aan het oordeel van het hof onderworpen kunnen worden geacht1).

») M. v. T. art. 400, bl. 203. ') Vgl. hierboven bl. 290.