is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

809

spraak uitgesloten. In alle zaken, waarin de feiten niet voldoende vaststaan, zal eene nieuwe beslissing door den feitelijken rechter noodig zijn »). Zoo zal dus, wanneer eene uitgesproken met-ontvankelijkheid, nietigheid der dagvaarding of onbevoegdverklaring wordt ^vernietigd, eene verwijzing moeten geschieden. De Hooge Eaad noemt dit wel rechtspraak ten principale doch verwijst dan óf wanneer de zaak zelf in het geheel nog niet was beslist naar den rechter in eersten aimleg, óf wanneer deze wel reeds eene beslissing over de zaak gegeven had, doch de rechter in hooger beroep niet, naar dezen*).

Verwijzing naar den rechter, in art. 106 R. O. aangewezen, zal moeten plaats vinden, wanneer de uitspraak wordt vernietigd wegens verzuim van de op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen. De Hooge Raad spreekt gehjke verwijzing uit en past daarbij art. 106 toe, wanneer het vonnis vernietigd wordt wegens verkeerde toepassing of schending van een der omtrent het bewijs gestelde voorschriften. Dit geval wordt in art. 106 niet genoemd en eene vormschennis zal daarbij wel niet altijd aanwezig zijn 8), zoodat juist hierbij de onvolledigheid der nu ook in art. 441 genoemde artikelen der R. O. uitkomt.

Wanneer krachtens verwijzing eene nieuwe behandeling noo- ' dig is, zal daarbij volgens lid 3 van art. 441 de bepaling van het tweede lid van art. 822 ten aanzien van getuigen en deskundigen, die bij eene vorige behandeling waren gehoord doch nu niet opnieuw kunnen worden gehoord, overeenkomstige toepassing vinden.

Niet vermelding van de toegepaste artikelen, volgens art. 221 oud vereischt — vgl. thans art. 35^ lid 4 — gaf aanleiding tot vernietiging van de uitspraak. Thans laat art. 442 toe, dat in dit geval de Hooge Raad er mee kan volstaan te doen wat de rechter had behooren te doén en dus het gewezen vonnis of arrest aan te vullen, zonder het te vernietigen. Verder te

*) Vgl. de Pinto, Rechterl. Org. bl. 234.

*) Vgl. o. a. de arresten van 13 April 1891 en 18 Februari 1895; W. 6020 en 6628.

«) Veelal nam de H. R. bij schending van een bewijsregel mede aan schending van de artt. 211 en 221 oud. Vgl. mijn artikel bl. 87 vlgg.