is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

811

zich de stukken van het geding als hij van het rechtsmiddel gebruik wil maken opzenden door tusschenkomst van het openbaar ministerie en wórdt ten dage voor de behandeling der zaak op zijn verzoek door den voorzitter bepaald op de terechtzitting in zijne voordracht en vordering gehoord. Hij legt zijne vordering over. Een rapporteur wordt benoemd en verslag uitgebracht. Eene conclusie komt natuurlijk niet te pas. Ten aanzien van de uitspraak geldt de bepaling van art. 448, hierboven bl. 810. De Hooge Raad verwerpt het beroep of beshst het rechtspunt zooals de rechter had behooren te doen. De beslissing kan geen nadeel toebrengen aan de rechten door partijen verkregen, art. 98 R. O.; zoowel eene uitgesproken veroordeeling als eene vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging of welke andere uitspraak ook blijft hare kracht behouden. Verwijzing met nieuwe behandeling is dan ook uitgesloten. Het doel van het rechtsmiddel is alleen op een betwist rechtspunt eene uitspraak van den H. R. te verkrijgen en aldus inlvoed op de misschien onzekere rechtspraak te verkrijgen en eenheid in de rechtspraak te bevorderen.

Ingeval van vernietiging wordt een uittreksel van het arrest gezonden aan het openbaar ministerie bij het gerecht welks uitspraak is vernietigd, vgl. art. 444.

§6. De herziening van arresten en vonnissen.

De Achtste Titel van het Derde Boek handelt over de geval len, waarin eene in kracht van gewijsde gegane rechterhjke uitspraak aan herziening kan worden onderworpen, de zoogenaamde revisie in strafzaken. De in het wetboek van 1838 omschreven gevallen waren slechts drie in getal en reeds lang had zich de behoefte doen kennen aan eene ruimere regeling. In Frankrijk werd in het jaar 1895 aan de met ons wetboek overeenkomstige voorschriften eene belangrijke uitbreiding gegeven; in andere landen is in meerdere gevallen de revisie van een strafvonnis toegelaten en ook ten onzent was meermalen op wetsherziening aangedrongen1). Toen nu in 1898 eenegerucht-

') Zie het proefschrift van A. C. Waller, Revisie in strafzaken, Amsterdam 1868 ^