is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

335

lid van art. 543, de godsdienstige of staatkundige vrijheid niet beperken, vgl. art. 14c lid 8 Swb., zoodat zij geeü inbreuk mogen maken op de grondwettige vrijheid van gedachtenopenbaring. De voor de bevelen gestelde termijn eindigt van rechtswege op het oögenblik dat het ter zake van het strafbare feit gewezen vonnis in kracht van gewijsde is gegaan of, indien daarbij straf of maatregel is opgelegd, zoodra het vonnis kan worden ten uitvoer gelegd. Legt de verdachte de van hem gevorderde bereidverklaring af en stelt hij de verlangde zekerheid, dan beveelt de rechter-commissaris de onmiddellijke ^vrijheidstelling van den verdachte, art. 544. Voldoet de verdachte eciter niet aan wat van hem wordt verlangd, dan beveelt — dit bevel is dan bij art. 545 imperatief voorgeschreven — de rechter-commissaris, dat de verdachte in verzekering wordt gesteld. Die inverzekeringstelling duurt vijf dagen doch kan op verlangen van den officier van justitie eenmaal voor gelijken termijn worden verlengd. De verdachte moet in de gelegenheid worden gesteld over die vordering te worden gehoord. Het bevel tot in verzekeringstelling is dadehjk uitvoerbaar. Volgens het toepasselijk verklaarde derde hd van art. 65 loopt de termijn van vijf dagen niet gedurende den tijd dat de verdachte zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel onttrekt. Bij de nadere beslissing over de vordering tot verlenging gelden wederom de bepalingen over de te eischen bereidverklaring en zekerheidstelling. Tegen het bevel van inverzekeringstelling is volgens art. 545 lid 5 voor den verdachte hooger beroep bij de rechtbank binnen drie dagen toegelaten. Daar echter dit bevel volgens lid 1 van het artikel het noodwendig gevolg is van de vroegere bevelen en tegen deze beroep niet openstaat *), is het hier gegeven recht van beroep van weinig belang. Tegen het bevel tot verlenging staat hooger beroep niet open a).

Behalve door verloop van den termijn zal de inverzekeringstelling eindigen door een bevel van den officier van justitie, dat volgens art. 546 zal moeten gegeven worden, zoodra het bij art. 540 geëischte groote gevaar voor herhaling of voortzetting van het feit is geweken. Ook kan de rèchter-commissaris

') Vgl. v. v. A. bl. 137.

») M. v. T. bij art. 514, bl. 242.