is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

343

van een bevel tot vrijheidsbeneming of van een veroordeelend vonnis behelst volgens art. 564 eene zoo nauwkeurig mogelijke aanduiding van den te vatten persoon, eene opgave van de beslissing of het bevel waarop de aanhouding steunt en eene vermelding van de plaats waarheen de aangehoudene moet worden overgebracht, of van den rechter of ambtenaar voor wien hij moet worden geleid.

De ambtenaar, die de aanhouding heeft gedaan, geleidt den aangehoudene onverwijld naar de plaats of voor den rechter of ambtenaar in den last vermeld.

Indien de aangehoudene beweert niet de persoon te zijn tegen wien een last is gericht, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord door den kantonrechter, den commissaris van politie of den burgemeester ter plaatse waar hij is aangehouden.

De met de tenuitvoerlegging belaste ambtenaar kan volgens art. 565 ter aanhouding van den te vatten persoon elke plaats betreden. De bepalingen van de artt. 120—128 omtrent het binnentreden van woningen en het betreden van enkele bijzondere plaatsen zijn van toepassing. Zie hierboven bl. 118—115. De wet van 21 Juli 1890 Stb. 127 tot verzekering van de toepassing van bij de wet bevolen of toegelaten vrijheidsbeneming is volgens het bij art. '138 der wet tot invoering van het nieuwe wetboek van strafvordering bijgevoegde art. 8 niet meer van toepassing in burgerlijke strafzaken als vervangen door de bovengenoemde bepalingen.

De bepalingen van de artt. 566—569 bevatten verschillende voorschriften omtrent de formaliteiten bij de opneming van den aangehoudene in het aangewezen strafgesticht te vervullen, welke opneming ook geschieden kan op vertoon van den last tot tenuitvoerlegging van het openbaar ministerie — die naar in de M. v. T. wordt opgemerkt ook bestaan kan in de vermelding in het Algemeen Politieblad 1), — en omtrent het door de hoofden van het gesticht te houden register. Het register moet volgens een door den Minister van Justitie vast te stellen model worden ingericht, art. 567; de artikelen

*) M. v. T. bij art. 532, bl. 247.