is toegevoegd aan uw favorieten.

Zuid-zuid-west

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxni.

Hoe dikwijls heb ik niet de dag zien komen door het hooge raam van mijn kamer, vanwaar je over de daken de verre, rose ochtend* lucht kon zien, en tusschen de huizen de grijze rivier, die schuimend sloeg tegen de steenen, onder aan de kade. In de stilte van donkere ochtenden, nog vóór de zon er was, heb ik leeren luisteren naar mijn hart, heb ik mijn eigen angst leeren ontdekken, heb ik mijn eerste syllogisme leeren maken met major: de wereld, en minor: ik. Maar toen leefde ik het als een droom, waarvan je je ganschelijk geen rekenschap behoeft te geven.

De kamer was niet langer een kamer meer; ze was een paleis, afge* sloten van alle rumoer rondom; en binnen haar muren konden alle droomen bestaan. De schoonste lagen dichtgevouwen in de bladen van een boek, (want wat vindt je anders in een dierbaar boek?); maar teveel waarde hechtte ik nog aan de namen van Boeddha, Plato en Nietzsche.... Later immers zag ik, hoe nameloos de rechthoekig* heid is van het kruisbeeld, en hoe simpel de wijsheid is van liefhebben* zonder*maat.

Het is de eenzaamheid, besloten in een kamer, — in een huecksken met een buecksken ,zegt Thomas van Kempen — die ons leert lief* hebben zonder maat. Want waar zullen wij in eenzaamheid een maat vinden om te zeggen: dit is teveel? In eenzaamheid is tegenover onszelf elke liefdedaad als verspild: je opent het venster en laat je duiven vrijelijk uitvliegen, werwaarts zij willen. De een verdoolt in de blauwe lucht, een ander vliegt zich dood tegen een avondvenster, nog denkend dat hij op een ster belandt. Een derde duif strijkt neer op het dak van een vreemdeling; is er ooit één die terugkeert met een olijftak?

Maar de eenzame bewoont een hooge kamer, vanwaar hij over alle daken ziet; hij laat zijn vogels los, omdat een vogel vrij dient te zijn

66