is toegevoegd aan uw favorieten.

Zuid-zuid-west

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de trotsche dadelboom zich zelfs ineenschrompelt De palmen zijn de trots van ntijn land, het land waar alle gewas een hooge lucht zoekt om de ijlheid en de zuiverte des lichts. De palmen zijn onze varens, de palmen overhuiven onze straten; onder de waaierpalmen zitten de avondlijke geliefden in een hoek van de tuin, en in het nest van de koningspalm schuilt het nietige godsvogeltje. Een palmboom groeit als een mensch, en een mensch zij rechtvaardig als een palm. Zij zijn ook de rijkdom van het land: ze geven de cocosnoten en hun heldere sap, olie en witte kool uit de toppen, de geurige obé en het kooksel van koemboe, zooals ze andere volken voeden met dadels, andere weer met zuivere sago, andere weer met zoete wijn. Iedere palm is een verhaal van de rechtschapenheid des lands, en zoo*ook is de dunne maurici — gelijk een groote grashalm buigt hij zich over de vlakte — het verhaal van de uiterste eenzaam* heid der savanna.

Welke wind heeft het zaadje meegevoerd, toen hier geen enkele plant stond op de witte korrelige bodem waarboven de gansche lucht staat te trillen van hitte? Waren die palmen hier reeds toen de eerste mannen van mijn volk — ze kwamen van koude sombere bergen westwaarts — voor het eerst deze openheid aanschouwden, opener dan de zee? Hebben ze toen reeds gedwee hun spichtige schaduw gebogen over een schreiende vrouw en een smachtend kind? Gezegende palmen, gezegende boomen waaronder op een droevige vlucht de droefste aller moeders gerust heeft en het smachtendste kind. Waait niets van uw zegen meer over het volk dat vluchtend langs uw stammen trok — gedreven door welk noodlot? — in de open sluizen van een stad, achter de schutten der huizen, een huizen«stad waarin het oude volk móest ondergaan....

Nog beuren mijn palmen hun kroezige hoofden naar de metalen lucht

81