is toegevoegd aan uw favorieten.

Zuid-zuid-west

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de horizon. Hoe werd nu plotseling, als meer en meer de troebele avond kwam, de zandige savanna geheel met jong groen gras bedekt? Okamé zag reeds de eerste ster, een zilveren sieraad op het onmetelijk kleed. Dit alles was aan de andere zijde van de rook. Aan deze zijde was de savanna een kreek geworden. Waar het water vandaan kwam wist hij niet, maar wie zóóveel dagen voorbij zag gaan, verwondert zich nimmer meer.

Okamé wil zich oprichten in zijn kano, maar als hij ziet hoe kalm en veilig de stroom hem voert langs de weeke oevers, leunt hij weer achterover, en door zijn half gesloten oogen ziet hij alle sterren komen, groot als lichtende kokosnoten aan een ontzaglijke tros, en andere speelsch en bewegelijk als miriaden glimwormen rondom en over de kano heen. Hij zag ze spiegelen in het water. Uit het bosch kwamen teere geluiden, van ver, van héél ver. Het was het sidderend grommen van een baboen, maar daar boven uit klonk een vogelen*koor, fijn en hoog. De maansikkel leek op een gouden hoorn, waarop een onzichtbare man diepe doffe tonen blies, die beefden tegen Okamé's borst. Die muziek brak kleine schilfertjes los van zijn hart, maar de boot voer hem mee op vreemde cadans, verder en verder. Okamé sloot de oogen en zag niets meer; hij voelde alleen hoe de boot pijlsnel vooruit schoot....

Nu staat Okamé geleund tegen zijn sterk, wit paard. Het staat te trillen op zijn pooten, terwijl Okamé zorgvuldig de pijlen nagelt in zijn koker. Dan springt hij te paard; de manen wapperen in de wind als vlaggen van zonneschijn, en hoog stuift zijn donkere kop langs de lichte lucht. Okamé fluit met een schel signaal, hij spant zijn boog, en de pijl snort weg over de groene vlakte, gedragen door breede witte wieken. Hij lacht met een luid en daverend gelach als hijgend zijn paard stil staat bij een stervende tijger. Een arm diep steekt zijn

89