is toegevoegd aan uw favorieten.

Zuid-zuid-west

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIV.

De dag na het feest is alles weer rustig en doostil in het kamp. De mannen gaan al vroeg op jacht, of visschen in de boschkreek tusschen de kronkelige waterwortels. Soms ook achtervolgen zij in hun korjaal een snelle visch, en schieten hem met een pijl die boven komt drijven, terwijl de losse punt in de visschenrug steekt, en met een touwtje vastzit aan de drijvende pijl. Zoo verraadt de visch waar hij heenzwemt.

Een andermaal ook dammen zij een stuk van een boschkreek af, en gooien daarin kleine schijfjes van de wortel nekoè, en na enkele uren drijven alle visschen verlamd aan de oppervlakte. In het bosch zetten ze valstrikken voor de herten, lianen aan een geweer gebonden; in het water leggen zij groote fuiken van wariembomet. Geen dier is slim genoeg te ontkomen aan de driepuntige pijl van een indiaan; en de vogels doodt hij met een kleine pijl die een knods draagt. Hij spuwt op de grond voor slangen, en de slang vlucht ervoor, want hij heeft dranken en poeiers die alle reptielen verlammen en slangenbeten ongevaarlijk maken als een schram.

Wanneer alle mannen het kamp verlaten hebben, zijn de vrouwen reeds lang met nijvere arbeid bezig. Sommige zitten aan weefgetou* wen en maken hangmatten van de vezels der boschsagave of van palnvtouw; en de randen versieren zij met wollige kwasten. Zij weven ook doekjes van ruwe katoen, maar wonderlijke figuren weven zij daartusschen, zoo wonderlijk als vrouwe*droomen kunnen zijn... Andere weer zitten gehurkt van grijze leem slanke kruiken te vor* men. soms ook plompe hagedissen of krokodillen. Die aarde wordt droog gebakken en met rood sap beschilderd. En deze kruiken geven aan het water die zuivere aarde»smaak en die f rissche geur welke de rozenolie is van mijn land.

Enkele vrouwen bebouwen de kostgrond, andere gaan op zoek naar

95