is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

DE ZEVEN LEIDENDE FIGUREN DER BEWEGING VAN '80. □

hellere, fellere zelfbewustheid dan Kloos' sonnetten; tevens, nu en dan, van een even aandoenlijke menschelijkheid, pijnlijk bewustzijn van nietigheid en onvermogen. De „dandieuse" toon is maar schijn, dient den trotschen schrijver om zijn smartelijkste overpeinzingen als slechts een spel van den geest voor te stellen. Deze bladzijden, ze zouden naast Don Quichotte en Hamlet kunnen worden geplaatst als derde vormgeving aan een diep menschelijk lijden, n.1. dat om de ijdelheid, het nooit te verwezenlijken, het voor de massa belachelijke — haast verachtelijk belachelijke! — van hoog idealisme. j3ok Van Deyssel is als Cervantes in zijn „Don Quichotte" niet gevelden lans op windmolens ingerend, ook hij heeft, als Hamlet, prins van Denemarken, geklaagd, dat, wanneer het op daden aankwam, hij wel wist te moeten mislukken Zoodat hij

„niet vooruitkwam in de wereld".

" Naast deze twee groot-geestdriftige figuren twee andere van meer bedachtzame, meer typisch hollandsche makelij, Albert Verwey (geb. 1865) en Frederik van Eeden (geb. 1860) geestkrachtig beiden, maar meer beredeneerd dan driftig. Ook Verwey heeft zijn jongelingsjaren gehad van frisch gevoel) hatüürüëfde, vereering voor het klassiekheidensch natuurbegrip, en ook nu en dan later in zijn dichtercarrière — met name in den bundel „De Nieuwe Xuin" — is dat natuurgevoel verfrisschend in hem opgeleeH^ Maar overigens doet deze, in zijn waardige afzondering zoo respectabele persoonlijkheid wel veel meer dan die zijner oude kameraden aan vroegere hollandsche schrijvers denken, aan hun degelijk-bedaarde verstandelijkheid, hun gebrek aan „esprit", aan vuur, aan sprankelende vitaliteit. Aanvankelijk meegenomen door de kracht der jonge beweging heeft Verwey, toen hij later zijn eigen tijdschrift ging redigeeren, zijn z.g. „Beweging", een tijdschrift waarvan alleen het omslag rood_en vurig was' heeft Verwey eerst toen getoond

wat er eigenlijk in hem stak; een kracht zeer zeker, een denkkracht, een knap en vernuftig beweerder, overtuigend