is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n T>V ZEVEN LEIDENDE FIGUREN DER BEWEGING VAN '80.

33

dikwijls en ook lang niet zonder geestelijke verheffing en dichterlijkheid, maar stroef, wat knarsig stroef soms, oerhollandsch stroef in zijn saplooze degelijkheid. De verschrompeling van zijn schoonheidsverlangens toonde hij vooral 'door zijn eenzijdigheid. Het „zinnelijk" realisme werd uitgesloten, dood verklaard zelfs, de symboliek, de vergeestekjkjng^ — liefst onder den naam van „verbeelding" — gehuldigd en par^ëprezen. TjJTware het omgekeerde gebeurd, het zou "natuurlijk evenzeer getuigd hebben van eenzijdigheid, gebrek aan ontvankelijkheid, vasthouden aan dogma's. Er ' is maar één schoonheid, één „mooi" — en voor dat ééne zijn alle middelen, alle wegen, alle „ismen" en „ieken" even goed. Verbeelding contra realisme — is er wel óóit zonderlinger antithese uitgevonden?

Doch ook Verwey hebben wij dankbaar te blij ven voor ons door hem geschonken mooie verzen, in zijn begintijd en ook later nu en dan, voor menig weldoordacht en fraai gestileerd artikel, voor zijn boek over Potgieter niet het minst. En zoo is er ook reden tot dankbaarheid jegens Frederik van Eeden, die het schoone bundeltje Enkele Verzen schreef, zoo menige doorvoelde strophe in Ellen en L i o b a, den overtuigenden eersten bundel Studies, de geestig persifleerende Grassprietjes van Cor■ nelis Paradijs, ja en ook De Kleine Johannes — ofschoon in dat frissche en beminnelijke jeugdwerk, het eenvoudig en begrijpelijk proza, waarmede de Nieuwe Gids zoo tactvol aanving, al vrij wat aanwezig is van het hollandsch-betweterige, schoolmeesterachtige en preekerige, waardoor dit groot talent voor velen onzer later vaak zoo onuitstaanbaar worden zou. Van Eeden is tegenwoordig een in wijde kringen zéér populair schrijver, en populariteit — men moge er overigens van denken, en ook zeggen, wat men wil — bewijst altijd een zekere kracht en macht; er gaat blijkbaar een sterke suggestie van hem uit, vooral op vagelijk godsdienstige gemoederen, zooals er heden ten dage immers zoo vele zijn, en dat niet enkel onder vrouwen ; VIII. De Nederl. Litteratuur na '80. 3