is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

MEDEWERKERS AAN DE NIEUWE GIDS. COUPERUS. □

Hein Boeken (geb. 1861) dat een nieuw bloeitijdperk voor onze lyriek werd ingeluid. Hélène Swarth — hoe werd ook zij vaak gesmaad en belachen, zij, naar Van Deyssels woord: „het zingende hart van Holland" — éérst omdat liefdeklachten voor het bedaard-nuchtere, op de dagehjksche praktijk gestemde gemoed der meeste hollanders nu eenmaal altijd iets

lachwekkends plegen te hebben, later ? Och, eigenlijk

om precies hetzelfde, maar toen heette het: zoo jammer, zij herhaalt, imiteert zich zelve, bereikt niet meer haar vroegere hoogten — ik zeide het u reeds, in de püre lyriek is het moeilijk oud worden: het wreede publiek, ook het zgn. beste, eischt voortdurende stijging, zelfs van kunst die alleen door het vuur der pijnen onderhouden worden kan. Hein Boeken, van wie het groote publiek nooit veel notitie genomen heeft, die trouwens jaren van geringe productie doormaakte, ondervindt dit misschien in niet mindere mate. Ook nu nog wordt de zestigjarige vaak voor een „jongere" aangezien. Men — ook de meer litteraire „men" — ként hem zoo weinig. Zijn vereering voor de grieksche oudheid, de grieksche goden, slechts enkelen werden er door getroffen. Toch gaf ook hij, wiens meestal natuurlijk opwellend vers mi. zéér ongelijk van waarde is — zijn gebrek aan zelfcritiek, vreemd in een zoo fijn ontwikkeld litterator, doet echter zelden of nooit aan zelfoverschatting, maar veeleer aan een zekere naieve opgewondenheid denken, waardoor die indruk van „jeugd" misschien wel Werd versterkt — toch gaf ook deze licht ontvlambare menig werk van harmonische schoonheid, toch herinnerde hij, de zoo sterk moderne, met zijn tijd meelevende, ons dikwijls aan zijn grieksche voorbeelden. Een nieuw gelegenheidsvers van Boeken moge soms, zelfs bij de hem best gezinden, een zekeren glimlach wekken — écht is het ongetwijfeld altijd, écht, en dus achtenswaardig.

Op de nederlandsche poëzie heeft de Nieuwe Gids zonder eenigen twijfel een regenereerenden invloed gehad, en dat niet alleen door de publicatie van het frissche en krachtige dichtwerk zijner redacteuren en medewerkers, maar ook