is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

HET PROZA TOT AAN HET EERSTE OORLOGSJAAR. □

Menzel, of, om in 't litteraire te blijven, dat van een John Galsworthy, een Theodor Fontane, een Marcel Proust? Zeker, ook Sprotje was ten slotte maar een futiel figuurtje en haar lotgevallen allerminst grootsch. Doch dacht gij werkelijk, dat er zooveel eerbiedwaardiger eigenschappen voor noodig waren om een Xerxes op zijn troon te beschrijven

— gelijk Couperus en Querido, ieder op zijn wijze, deden

— dan om het nederig bestaantje van Sprot met diepe innigheid te volgen en met een glimlach te beschrijven — innerlijk verteerderd, maar zoo volkomen beheerscht, zoo vrij van alle weekheid, alle „humanitaire" sentimentaliteit. „In den Vrijen Amerikaan", het moge sommige dweperige jongere tijdgenooten van mevrouw Scharten niet zoo aangenaam-stichtelijk in de ziel grijpen als b.v. Van Suchtelens „Stille Lach", welke van deze beide boeken het langst zal blijven leven is voor mij geen vraag.

Hoe dichter wij het heden naderen, hoe fleuriger de ons omringende schrijversstoet door veelheid van vrouwentoiletten. Zes jaren na mevrouw Scharten zou een andere FsenrijfStêrvan groote kracht en aantrekkehjkheid geboren \worden: Ina Bakker, later Boudier-Bakker, wier novellenbundel Machten (1902) naar ik meen haar eerste was, maar die met haar Kinderen (1905), en de romans Armoede (1909) en Het Spiegeltje (1917) heel de hollandsche lezerswereld veroverde en voor zich innam. En dat met al de charme die een ruim en warm ' hart, een verwonderlijke intuïtie, een teedere menschenliefde en de macht van woord en toon om dit alles naar buiten te brengen, een schrijfster kan geven. Augusta de Wit, Margo Scharten* Top Naeff, zijn knappere letterkundigen «nstilisten, maar ïnaBoudier laat soms, langs haar mondhoeken, twee, drieswoorden vallen, en verrast kijkt ge op, verrast en verrukt van zoo frissche natuurlijkheid bij toch zoo innerlijk en groot begrip. Ook van de derde gratie dezer rijke periode heb ik den naam al genoemd: Top Naeff (A. van Rhijn-Naeff, geb. 1878). Zij begon, waarschijnhjk nog