is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

HET PROZA TOT AAN HET EERSTE OORLOGSJAAR. □

vaardigde romans, waarin zij allerlei psychologische problemen, en vraagstukken van den dag, op haar wijze verwerkt. Want, filosofisch aangelegd als zij is, laten haar deze vraagstukken, zoo min trouwens als de dieper gelegene,, die van alle tijden zijn, niet met rust, en zij behandelt ze op meer theoretische wijze, in boeken, geheel aan die behandeling gewijd (Prometheus, 1919; Hedendaagsch Fetis c h i s m e, 1925) — werken evenwel wier vermelding in een geschiedenis der „schoone letteren" gevoeglijk zou mogen ontbreken. Dat ik er hier van spreek, het is alleen om met nadruk te wijzen op den omvang en veelzijdigheid van dezen even sterken als agressief-scherpen geest, van welken dus in verschillende richting nog bizondere dingen te verwachten vallen.

Doch thans terug, naar de „oudere mannen". Ik zie er daar nog een van 1869: Henri Bor'el. Ik was hem, eerlijk gezegd, een beetje vergeten. Zijn er nog wel velen die aan hem denken, als zij schrijven over de nederlandsche belietrie der laatste decenniën? Het Jongetje, Het Zusje, Het Vlindertje, Leliane.en Leliënstad — al dat wee-zoete, en in den grond nooit bijster overtuigende reinheids-vertoon heeft zijn tijd nu wel gehad, dunkt me. Intusschen, er is nog een tweede Borel. Er is de kenner van chineesche taal, godsdienst-, filosofie en kunst, en schrijver van goede boeken daarover. Met eerbewijs zij hier déze Borel herdacht — de andere kan mij rechtaf gestolen worden.

Ik geloof overigens dat die andere Henri Borel, de belletrist, vrijwel het lot gedeeld heeft van zoovelen vóór (en waarschijnhjk ook na) hem, het lot van op te gaan in het eenige schrijfwerk dat hier te lande remuneratie biedt: de journalistiek. Ook zijn naamgenoot Henri Dekking (geb. 1874), die toch eens, o. a. met zijn Winterkoninkje (1906) zekere verwachtingen wekte, deed zich in later jaren — behalve dan als talentvol voordrager; sporadisch, en niet zonder succes, ook als schrijver voor het tooneel — voornamelijk als journalist kennen en gel-