is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

□ HET PROZA TOT AAN HET EERSTE OORLOGSJAAR.

95

den. De warmte van zijn hart schijnt in geestdriftige artikelen uiting en bevrediging te vinden. Weer eenigszins anders kromde de levensweg van Jan Feith (eveneens geb. 1874) die met een zwak, maar niet oninnig romannetje begonnen, en vervolgens in de journalistiek zijn blijvend emplooi vindend, toch doorging met boeken schrijven, vlot, prettig en joviaal, maar zonder veel verband met de litteratuur. Doch zie, op geheel tegenovergestelde wijze ontwikkelde zich een man van grooter beteekenis dan de laatstgenoemden: M. J. Brusse (geb. 1873). Hij begon als

journalist, is het ook nü nog; doch. maakte van zijn-

krantewerk litteratuur. Alleen zeer sterke geesten en talen' ten weten hun muze vrij en rein te houden, ook al moeten zij dan met journalistieken arbeid htm brood verdienen. Brusse deed meer en iets moeihjkers: hij zocht en vond 'zijn muze in dien arbeid zelf. Want, al ontbreekt het dan ^ misschien in officiëele handboeken, en ook al had het dan allemaal zijn voor de hand liggende strekking, zijn onmiddellijk doel zelfs, ik houd vol dat Brusse's werk, een groot deel ervan tenminste, direct tot de litteratuur behoort. Van af- tot aanmonsteren (1899), welk een verrassing! Als zeeman verkleed had Brusse het druk-braniënd, toch zoo meelijwekkend leven der zeelui in de haven meegemaakt. Is dit iets anders dan het verzamelen van „documents humains" der naturalisten? Alléén, Brusse maakte er geen romans van. Hij vertelde maar, beschreef, bepraatte, wat hij gezien en gehoord had. En zie, het werd hier en daar hevig plastisch en dramatisch, het werd overal interessant, het werd litteratuur. Boefje volgde —dat levende jongl — en beleefde, ik weet niét hoeveel „duizendtallen". En daarna geheele reeksen „Onder de Menschen", eerst als feuilleton in de N. R. Ct., daarna als boek, voor wie „de krant" niet lazen. Brusse schijnt onuitputtehjk en onvermoeibaar. Hij is niet alleen een voortreffelijk prozaïst — voor kleine aanmerkingen en bezwaren heeft dit boekje nu eenmaal