is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

HET PROZA TOT AAN HET EERSTE OORLOGSJAAR. □

dueele, het verfijnd bizondere staat daar niet tegenover!

Van alle auteurs eener ons nog zoo nabij liggende periode hier een karakteristiek te geven — zij het nog zoo kort — het ware ondoenlijk. Want ja, er begonnen nog velen méér te schrijven in die vruchtbare eerste jaren der 20e eeuw.Velen en zéér verschillende. Jan Walch gaf gedichten en novellen, wijdde zich later aan de studie van het tooneel, Samuel Goudsmit volgt het spoor der naturalisten — met afwijkingen in zonderhng-rhetorische richting — Frans Hulleman dat der min of meer pessimistische, droog-humoristische realisten der 19e eeuw. Attie Nieboer verraste in 1908 met de heldere en zachte bekoringen van 't Witte Huiske. Eveneens reeds sinds het begin der eeuw publiceerend trad Fenna de Meyier in 1921 met haar Zondaresje moedig en met succes op den voorgrond. In slordig en onaanzienlijk kleed, als ware het prikkel- of sensatielectuur, bereikte ons in 1911 J. B. Ubink's Aspern, een historisch romannetje van zeldzame kracht. Adriaan Zoetmulder's muze volgt meer begane paden, ofschoon ook zijn eersteling, I n Retraite, iets verheugend lente-achtigs bezat. Frits Hopman gaf in'13 zijn eerste bundel pétillante kleine novellen, In 't Voorbijgaan, werk van een schuimend geestig, en scherp opmerkend intellectueel, die echter tevens dichter is en voortref lijk stilist, even kleurig als smaakvol-zorgvuldig m zijn zegswijze en woordenkeus. Hier hebben, zou ik meenen, engelsche invloeden hun werk gedaan.

Twee bizondere figuren dienen apart vermeld, ten le: Cornelis Veth, de kunsthistoricus en fantastische karikaturist, die tusschen '12 en '15 zijn verrukkelijk-geestige Prikkel-Idyllen, later zijn dol vermakelijke Parodieën schiep. Ten 2e een al oudere vrouw, bekend als'

schilderes, maar die zich, sinds jicht haar het schilderen onmogelijk maakte, onledig hield met het schrijven van Larensche Dorpsvertellingen. Men begrijpt dat ik gewaag van Wally Moes (1856—1918) en er prijs op stelde met de stille figuur dezer lieve en geestkrachtige lijderes