is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsche litteratuur na 1880

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONZE LITTERAIRE TIJDSCHRIFTEN, ENZ.

137

romans en tooneelstukken, met secretarissen, „nègres", en „literary agents", wij hebben ze niet in Holland.

Doch soms is het wel voorgekomen — als in de eerste jaren na tachtig — dat de nuchtere hollandsche geestesgesteldheid de jonge schrijvers drukt, dat zij zich eenzaam en onbegrepen voelden. Dan verscherpte zich hun trots en hun „individualisme." Dan schreven zij voor zichzelf, en voor een paar kameraden, stelden zich buiten het leven, werden „weltfremd", sloten zich op in „tours d'ivoire". Dat het zóó op den duur echter nooit kan blijven, dat zij die over het leven schrijven ook aan het volle leven moeten blijven deelnemen, ja er midden in dienen te staan — ook al veroorzaakt dit bij deze overgevoeligen een lijden, dat aan anderen onbekend blijft — het is een der groote lessen van onze litteratuurgeschiedenis' na '80.

Coster heeft gezegd, dat onze letteren zich ontwikkelen: van de natuur naar den geest. En inderdaad, tot op zekere hoogte lijkt deze opmerking juist te zijn. Wat spontaan en intuïtief zich uitlevende scheppingskracht en schrijftalent betreft, schijnen wij er sinds de laatste decenniën der 19e eeuw niet op vooruitgegaan te zijn. Alles gaat nu weer bedachter en bedachtzamer, 't is of alle litteraire effecten thans wel bekend zijn, en of men ze rustig van te voren berekent. Daarentegen blijken kennis en intellectualiteit geweldig toegenomen, vele onzer jongeren zijn onovertroffen intelligent en onpeilbaar diep van levensinzicht.... Maar vooral: Sie haben schrecklich viel gelesen!

Toch merkte ik nog andere evoluties in onze letteren op en wel vooral deze groote: van de romantische afzondering, de „grübelnde" eenzaamheid, naar het leven, het sociale leven, naar blijmoedig en toegewijd mee-doen, mee-hjden vooral.

Laat ik in dezen toon moge eindigen. Mij niet aan voorspellingen wagend. Dat wij door overvloedige vergeestelijking al te zeer van de natuur zullen afdwalen, ik ben er niet erg bang voor. Maar het zou dan ook ten hoogste betreurens-