is toegevoegd aan je favorieten.

De toekomst onzer sociale verzekering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

stellen en die van de Invaliditeitswet te doen voorafgaan.

Uit het historie-beeld hierboven geschetst blijkt intusschen wel, dat vrijwel alle deskundigen van oordeel waren, dat de Ziekteverzekering de basis moest zijn der gansche Verzekeringswetgeving en daarom was het besluit van Minister Aalberse om de invoering uit te stellen in hooge mate te betreuren. De fout van 1901 werd nogmaals begaan in 1919. In 1901 kon men er zich ten minste nóg op beroepen, dat gezien het rapport der „Staatscommissie tot verzameling van gegevens voor de kennis van „maatschappelijke toestanden der arbeiders, van de verhoudingen „tusschen werkgevers en arbeiders in de verschillende bedrijven „van den toestand van fabrieken en werkplaatsen met het oog op „de veiligheid en de gezondheid der arbeiders" de invoering van een ongevallenwet geen dag en geen uur mocht wachten. Er lag geen Ziektewet gereed en men heeft toen, hoewel erkennende, dat men uit verzekerings-technisch oogpunt een enorme fout maakte, de Ongevallenwet ingevoerd wegens de urgentie. In 1919 stond de zaak echter gansch anders. De Ziektewet lag gereed voor invoering. Zelfs was de invoering verkiezingscry geweest en vormde dus een programpunt van de opgetreden Regeering. En toch werd de Ziektewet niet ingevoerd. Niettegenstaande de lessen van het verleden een heilzame leering schenen. De reden daarvoor moet dus in het oog van den Minister wel buitengewoon gewichtig zijn geweest. Veel belangrijker nog dan in igoilWant de Regeering van 1918 had daarenboven een eereplicht te vervullen. In het Staatsblad toch prijkte sinds ettelijke jaren een Ziektewet wier niet-invoering men de vorige Regeering, terecht, zeer zwaar had aangerekend. Was het impediment, dat den Minister verhinderde de Ziektewet in te voeren nu inderdaad zoo gewichtig, dat daarvoor zelfs de verkiezingsbelofte moest wijken? Ik moet bekennen, dat ik dat gewicht nooit heb kunnen ontdekken. En ik vrees dan ook, dat, als eenmaal de geschiedenis van onze Sociale Verzekeringswetgeving zal geschreven worden, duidelijk zal blijken, dat de Regeering onnoodig op de vlucht geslagen is voor de geweldige fanfares, waaronder de plotseling opdagende vijand zijn innerlijke zwakte verborg.

Evenmin kan ik het argument voldoende waardeeren, dat de Minister thans bij de behandeling van zijn laatste begrooting