is toegevoegd aan uw favorieten.

De toekomst onzer sociale verzekering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

naar voren brengt teneinde te verdedigen, dat de Ziektewet steeds niet wordt ingevoerd, nl. dat in dezen tijd daardoor de lasten van het bedrijf te zeer zouden worden verzwaard.

Immers het is de vraag of inderdaad een te belangrijke verzwaring van de lasten van het bedrijf daarvan het gevolg moet zijn. Zoo heeft zich b.v. de gelukkige omstandigheid voorgedaan, dat er een middel is om de lasten, die daardoor op het bedrijf worden gelegd, langs een anderen weg weder weg te nemen.

Volgens de bedrijfsrekening van het Ongevallenfonds bedroeg over het jaar 1919 het overschot ruim ƒ 1.500.000,— Over 1920 bedroeg het overschot bijna ƒ1.700.000.— Op 31 December van laatstgenoemd jaar bedroeg het totaal overschot bijna 6 millioen gulden, afgescheiden van ƒ 1.100.000.— reserve voor verlies op belegging. Nemen wij aan, dat over elk der jaren 1921 en 1922 het overschot slechts f 1.000.000.— bedraagt, dan is het totaal overschot thans 8 millioen gulden, afgescheiden van bovengenoemde elf ton gouds.

Nu is het wel is waar belangrijk, dat in een tijd, waarin alle diensten en bedrijven met tekorten hebben te worstelen, het Ongevallenfonds groote winsten maakt. Maar zulks is geenszins de bedoeling van de wet. De industrie heeft recht op verlaging van het tarief en zelfs op een aanzienlijke verlaging. Naar mijne schatting stellig een verlaging van 40 %. Welnu, men brenge deze tariefsverlaging onverwijld tot stand en voere deze in tegelijk met de Ziektewet. De lasten, welke deze laatste op het bedrijf legt, worden dan zooal niet geheel dan toch voor een belangrijk deel teniet gedaan en de arbeiders behoeven niet opnieuw jaren te wachten.

*

Ten aanzien van de Ongevallenwet heeft deze verkeerde opzet aan het Ongevallenfonds millioenen gekost en aan den Staat eveneens. Doordat deze wet inwerking trad, voordat een wettelijk geregelde ziekteverzekering bestond, kregen de door een ongeval getroffen arbeiders recht op uitkeering uit het Ongevallenfonds ook als de arbeidsongeschiktheid slechts van korten duur was. Bovendien moest de Rijksverzekeringsbank in al deze gevallen voor geneeskundige behandeling zorg dragen. De gevolgen hiervan waren, dat de Rijksverzekeringsbank voor alle ongevallen