is toegevoegd aan uw favorieten.

De toekomst onzer sociale verzekering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

in zijn vijfde vraag n.1. aan wie de uitvoering moet worden opgedragen. Dit vraagstuk is ongetwijfeld het meest belangrijke. Ik acht het daarom zoo belangrijk, omdat daarvan volgens mijne meening; afhangt of de Sociale Voorzorg, die door de Sociale Verzekering beoogd wordt, inderdaad verkregen wordt. Met het vraagstuk der organisatie hangt dus naar mijn oordeel de behartiging van een groot volksbelang samen.

Het antwoord op de vraag of de uitvoering moet worden opgedragen aan Overheidsorganen of aan niet-Overheidsorganen is afhankelijk van het principe waarvan men uitgaat en van de overweging wat practisch mogelijk is. Ten aanzien van de principieele vraag kan men oordeelen, dat de Staat slechts handelend mag optreden, wanneer, en zoolang, de belanghebbenden Zelf niet op een bevredigende wijze in de Sociale Verzekering voorzien en zich moet terugtrekken zoodra aangenomen mag worden, dat zulks wel het geval is. Echter kan men zich ook op het standpunt stellen, dat de Sociale Voorzorg in het^lgemeen en dus ook de Sociale Verzekering een volksbelang van zoodanig gewicht is, dat, hoe groot voorstander men ook kan zijn van het particulier bedrijf, en hoeveel waarde men ook hecht aan de regelingen tusschen werkgevers en werknemers gemaakt, deze verzekering zóó zeer verschilt van elk ander bedrijf, dat juist daarom gansch andere eischen moeten gesteld worden aan de uitvoering daarvan. Andere waarborgen ook moeten gevraagd worden, die alleen door overheids-organen kunnen gegeven worden. Juist omdat het hier een volksbelang van de eerste orde geldt, moet dit belang zelfs niet zijdelings kunnen betrokken worden in welke economische geschilpunten ook tusschen werkgevers en werknemers.

Daarom heeft het mij altijd verbaasd, dat juist deze aangelegenheid door de arbeiders behoorende tot de S. D. A. P. vatbaar geacht werd om voor gezamenlijke rekening van patroons en arbeiders te worden geregeld. Veeleer te begrijpen was zulks van de Katholieke arbeiders, die immers in bedrijfsraden de samenwerking van kapitaal en arbeid poogden te verwezenlijken. Of de jongste ervaring op dit gebied voor hen moedgevend is, waag ik te betwijfelen.

Voor mij is daardoor eens te meer komen vast te staan, dat