is toegevoegd aan uw favorieten.

De school der poëzie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen zag ik je —

Er was toen veel licht,

de kamer was een bloem die dicht

in eens open uit gaat schijnen,

het licht vloog rond in lijnen.

Ik was heel stil en ik dacht niet veel,

ge hebt gekeken en heel

mijn hoofd is wijd opengewaaid,

zooals 's zomers opengelaaid

boven op een wijd, wijd land,

in een wijd wereldsch open land —

zoo was ik eens in die kamer

in die roode gouddoorlijnde kamer

waar het gasgoudlicht doorvloog op vleugels

vleugslaande wegslaande roeivleugels

in de teere lucht,

in de bevende lucht,

in de lucht die vlucht als je doorgaat — hoor hoor hoor o ik hoor het, je teer droog keelstemmetje spreken, omhoog en wat lager spreken

23