is toegevoegd aan uw favorieten.

De school der poëzie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zat eens heel alleen te denken aan een gedachtezee, het krenken van geele golfjes kriebelde mijn voet, ik voelde als zoet lachen in me, zoet.

Een murmelwindje floot me om de beenen, lang blikkend schoven zich de golven henen verlangend, en ze veinsden hunnen lach, ze weenden dan als ik ze niet meer zag.

En stil begonnen toen de bleeke misten knievouwend op te staan en in de risten al vooit te gaan, de murmelwind werd koud, de mistewang en waterwange blauwt.

En toen kwam ze aangegleden

óver het ijswater —

voeten haar kletteren deden,

handen met handschater,

lichtend verrezen óm de witte misten

kijkende lichtoogig of ze vergiste

zich met te komen, maar ze weigerde néén —

o weenen, weenen, weenen

deed ze met geween.

67