is toegevoegd aan uw favorieten.

De school der poëzie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat kouwe vleesch van een ander

tegen m'n drooge handen

en mijn oogen onzichtbaar in den nacht —

dat koele sappige vleesch — en al de kracht

van me den nacht in — 't is als dood,'

alles zwart, geen wit, geen rood —

mijn heele hoofd lijkt wel koel,

er is nergens een doel —

zoo lekker zwart is de nacht,

zonder oogen, zonder gedacht,

dat natte nachtbad,

dat verdronkene, dat daggat,

dat rondom dauwig gevoel,

mijn hoofd is zoo lekker koel.

114