is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijke encyclopædie voor het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFRIKA)

55

in* 1910 zoo geregeld, dat deze orde buiten de geestelijke macht der parochie, maar onder de macht des bisschops staat, terwijl Dwane, onderI wijl als priester der Anglicaansche kerk geordend, in 1911 als provinciaal der orde werd aangesteld. Een eigen zendingsterrein werd hun verder toegewezen in het Transkeidistrict in Kaapland. Het deel der Ethiopische kerk, dat bij de Afrikaansch Methodistische Episcopale kerk bleef, kreeg een eigen zwarten bisschop. Ook vormden de Christenen van de Amerikaansche Baptisten een afzonderlijke Ethiopische kerk, en in 1893 ontstond ook een afgescheiden Afrikaansche Presbyteriale kerk uit Christenen van de Schotsche Vrije kerk, om van kleine Ethiopische kerkbewegingen niet te spreken.

Het vroegere Duitsch Zuid-West-Afrika strekte zich uit van de Kunene tot de Oranje-rivier, en was allengs sedert 1884 onder het protectoraat êvan Duitschland gekomen, tot het in 1916 door de Zuid-Afrikaansche Unie bezet werd. In 1805 begon de Londensche zendingsvereeniging onder de Nama-bevolking, die tot de echte Hottentotten gerekend wordt. In 1840 werd dit werk door de Rijnsche zending overgenomen en goed bearbeid, en in 1844 uitgebreid tot de veeteelt drijvende IHerero- of Damara-stammen, (die tot het Bantoekas behooren, en voor een eeuw in dit land invielen en de Be'rg-damra verdreven), maar eerst 'na 1870 heeft hier de Rijnsche zending vasten voet gekregen. In 1891 is deze vereeniging zich ook aan de landbouwende Owambo-bevolking sin 't Noorden gaan wijden, waar sedert 1870 de Finsche zending het Evangelie op enkele stations predikte. Er is door de bevolking onderling, vooral door het Nama-hoofd Hendrik Witboi, veel gestreden; er heeft een zware runderpest gewoed; er is van 1904—'06 door Nama- en door Herero-bevolking tegen de Duitschers krijg gevoerd; vele blanken zijn toen vermoord, maar volgens bevel van het opperhoofd mocht geen zendeling en geen vrouw of kind gedeerd worden. Na hun nederlaag zijn vele gevluchte inboorlingen in de woestijn omgekomen, maar de rest ■is door het zendingspersoneel weder teruggevoerd naar de herbouwde stations. In de nog niet bezette deelen wil de Anglicaansche kerk in ZuidAfrika gaan werken. Door den oorlog is hier look de zending der Duitschers geëindigd. V De Zuid-Afrikaansche Unie omvat sedert 1910 *ule Engelsche bezittingen van de Limpopo tot de Kaap (uitgezonderd Basoeto-land en het Betschuana-protectoraat); de vier staten van de Union of South Africa zijn: Kaap de Goede Hoop, Natal, Oranje Vrijstaat en Transvaal. I In 1652 werd Kaapstad door de Nederlandsch Oost-Indische Compagnie gesticht, en vandaar drong men verder het land in; er kwamen allengs meerdere kolonisten, in 1687 en '88 b.v. 300 Hugenoten. In 1806 eigende Engeland zich dit gebied toe, waardoor voortdurende wrijving en strijd is ontstaan, daar de, zich sedert 1830 „Afrikaanders" noemende, oudere kolonisten-bevolking haar vrijheid bewaren wilde. Vooral ook ten opzichte van de inboorlingen kwamen er botsingen. Van 1835—1850 trokken P. Retief en velen na hem Noordwaarts over de Oranjerivier. Aldus ontstonden in 1852 Transvaal en

in 1854 Oranje Vrijstaat. De Afrikaanders wilden een scherpe scheiding bewaren tusschen zich zelf en de inboorlingen („schepsels"), en wisten bij de totstandkomingder Zuid-Afrikaansche Unie de bepaling tot stand te brengen, dat kleurlingen niet verkiesbaar zijn tot de wetgevende lichamen.— Kaap de Goede Hoop omvat het vroegere Kaapland, Oost- en West-Griqualand, Temboeland, Pondoland, Transkei, Britsch Betschuanaland en Walvischbaai. Hier waren onder de blanke kolonisten kerken. De Hollandsch Gereformeerde kerk, die van inboorlingen-kerstening nietweten wilde, (ondanks het door Van der Kemp in het leven geroepen „Zuid Afrikaansch gezelschap tot bevordering der uitbreiding van Christus' koninkrijk" (1799) en ondanks de aansporing van énkele zendinglievende predikanten als Van Lier en Vos), is toch in het midden der 19e eeuw, op aandrang van enkele Schotsche predikanten, haar roeping gaan vervullen, en onder de bekeerde inboorlingen is een zendingskerk ontstaan met een eigen kerkregeering; wel zijn de predikanten nog meest blanken, maar men wil inboorlingen opleiden voor het ambt. — De Anglicaansche kerk heeftin Zuid-A frika meerdere diocesen: 5 in Kaapland, nl. Capetown (1847), Grahamstown (1853), St. Johns (1873, in Kaffraria), George (1911) en Kimberley-Kuruman (1911 in West-Griqualand en Br. Betschuana-land), en 7 daarbuiten, nl. Natal (1853), Bloemfontein (1863), Zoeloeland (1870), Pretoria (1878) en Lebombo (1891). Deze bisdommen staan in los verband met de hoogkerkelijke zendingsvereeniging (S. P. G.) bij het zendingswerk. Er is een kweekschool voor inboorlingen in de buurt van Kaapstad, en een beroemde industrieschool te St. Matthews. — In Zuid-Af rika werken onderscheidene zendingen, die in 1912 met elkander een conferentie te Kaapstad gehouden hebben, en die zooveel mogelijk naar samenbinding streven. — Door de Broedergemeente is het begin gemaakt: in 1737 kwam er G. Schmidt, maar toen hij in 1744 eenige Hottentotten gedoopt had, moest hij het land verlaten; in 1792 hervatte men de poging in Genade-dal (het oude Baviaanskloof) onder de Hottentotten en in 1839 onder de Fingoe's, met het gevolg, dat zij nu in het Westen en het Oosten gemeenten hebben, die finantieel zelfstandig zijn.

— Na hen volgde de Londensche zendingsvereeniging, die in 1798 Van der Kemp en Sicherer hierheen zond, en later Moffat, die in Nama-, Griqua- en Beetsjoeana-land arbeidde. In het midden der 19e eeuw kon men komen tot de „Congregational Union", die ongeveer 120 inboorlingen-gemeenten telt, die zelf zending drijven.

— In 1829 vestigde zich de Rijnsche zending in 't Westen; de door haar ontstane 11 gemeenten zijn finantieel zelfstandig, en 7 daarvan zijn gemeenten van meer dan 1300 zielen. — In 1838 is ook de Berlijnsche zendingsvereeniging hier begonnen, waarvan de vrucht te zien is in twee synodes: in 't Westen die van Kaapland, in 't Oosten de Zoeloe-Xosa synode, terwijl 3 stations in Kaapland bij de Oranje synode behooren. — De vrucht van den in 1816 begonnen arbeid van Engelsch Wesleyaansche Methodisten, eerst in KI. Namaland en later meer Oostelijk, is de in 1882 zelfstandig geworden „Zuid-Afrikaansche Conferen-